Wie nog een kaartje wilde voor de laatste Grand Prix van
Nederland is te laat voor het belangrijkste deel van het weekend. Volgens de
organisatie zijn de weekendtickets voor zaterdag en zondag uitverkocht. Wat
resteert is Super Friday, plus een wachtlijst.
Wat je op vrijdag krijgt
Door de sprintrace is de vrijdag dit jaar geen
opwarmertje meer. Er is één vrije training en daarna direct de kwalificatie
voor de sprintrace. Dat betekent dat er op vrijdagmiddag al om startposities
wordt gevochten, met alles wat daarbij hoort.
Het is de eerste keer dat er een
F1-sprintrace op
Nederlandse bodem wordt verreden, en tegelijk de laatste.
De Grand Prix van Nederland wordt in 2026 gehouden in het weekend van 21-23 augustus. Op vrijdag begint de week met de eerste en enige vrije training om 12:30 uur Nederlandse tijd. Een paar uur later volgt dan al de kwalificatie voor de sprintrace om 16:30 uur. Op zaterdag 22 augustus staan de sprintrace en kwalificatie op het programma. De sprintrace begint om 12:00 en de kwalificatie om 16:00 uur Nederlandse tijd. De (voorlopig) laatste Nederlandse Grand Prix wordt verreden op zondag 23 augustus en start om 15:00 uur Nederlandse tijd.
De wachtlijst
De organisatie houdt een wachtlijst bij voor zaterdag en
zondag. Er komen doorgaans kaarten vrij door teruggaven en niet-afgeronde
betalingen, maar hoeveel en wanneer is niet te voorspellen.
Doorverkoop
Voor een uitverkocht evenement met een afscheidskarakter
is de doorverkoopmarkt voorspelbaar: hoge prijzen en een reëel risico op
ongeldige kaarten. Kaarten die via een officieel doorverkoopkanaal van de
organisatie lopen zijn te controleren; kaarten van particulieren op sociale
media niet. Bij een evenement waar toegangscontrole op naam en barcode werkt,
is een geprint kaartje van een onbekende geen garantie.
Als het niet lukt
Zandvoort ligt aan het strand en het dorp maakt er zelf
een festival van. Het circuit is vanaf de duinen niet te zien, maar de sfeer in
het dorp is voor veel bezoekers de helft van de ervaring. Ook zonder kaartje
kun je er komen, mits je de vervoersregels volgt: te voet, per fiets, met de
trein of met de bus.