Coureur

Fernando Alonso


9

59 PTS


Nationaliteit
Spain
Geboorteplaats
Oviedo
Geboortedatum
29-07-1981
F1-debut
2001

Fernando Alonso

In het jaar waarin hij 40 wordt, keert Fernando Alonso na een afwezigheid van twee seizoenen terug in de Formule 1. Hij doet dat bij Alpine, de nieuwe merknaam van het Renault F1-team waar hij ooit zijn grootste successen mee boekte. Met hen wil hij op jacht gaan naar een derde wereldtitel. Mocht dat lukken, is hij de eerste 40-plusser die dat voor elkaar krijgt sinds Jack Brabham in 1966.

F1 klassement

Pos.NaamTeamPunten
1VERMax VerstappenRed Bull Racing335
2LECCharles LeclercFerrari219
3PERSergio PerezRed Bull Racing210
4RUSGeorge RussellMercedes AMG F1 team203
5SAICarlos SainzFerrari187
6HAMLewis HamiltonMercedes AMG F1 team168
7NORLando NorrisMcLaren88
8OCOEsteban OconAlpine F1 team66
9ALOFernando AlonsoAlpine F1 team59
10BOTValtteri BottasAlfa Romeo F1 team46
11GASPierre GaslyScuderia AlphaTauri22
12MAGKevin MagnussenHaas F122
13VETSebastian VettelAston Martin F1 team20
14RICDaniel RicciardoMcLaren19
15SCHMick SchumacherHaas F112
16TSUYuki TsunodaScuderia AlphaTauri11
17ZHOGuanyu ZhouAlfa Romeo F1 team6
18STRLance StrollAston Martin F1 team5
19ALBAlex AlbonWilliams4
20DEVNyck de VriesWilliams2
21LATNicholas LatifiWilliams0
22HULNico HulkenbergAston Martin F1 team0

De opmars van Renault

De timing van Alonso’s terugkeer is in meerdere opzichten bijzonder. Niet alleen doet hij dit in het jaar dat bij 40 wordt, maar het is ook precies 20 jaar geleden dat hij zijn debuut maakte in de Formule 1. Na een titel in de Euro Open by Nissan (Gelinkt aan Renault) en een goed seizoen in de Formule 3000, mocht hij namelijk bij Minardi in 2001 aan de F1 proeven.

Hij liet in dat eerste seizoen af en toe goede snelheid zien, maar Flavio Briatore, zijn manager en teambaas van Renault vond het nog iets te vroeg om zijn protegé een racezitje te geven. In 2002 mocht de Spanjaard daarom als test- en reservecoureur aan de slag bij de Franse fabrikant. Pas toen Jenson Button voor 2003 naar BAR verhuisde, kreeg Alonso de kans om zijn talent echt aan de wereld te laten zien.

Dat eerste seizoen was meteen een groot succes. Met twee pole posities en een overwinning overtrof Alonso alle resultaten die het moderne fabrieksteam van Renault sinds hun Benetton-tijd met Schumacher behaald had. Renault had de stijgende lijn te pakken en Alonso was de ideale man om ze aan de hand te nemen.

Dit resulteerde uiteindelijk in het behalen van de wereldtitel in 2005 en 2006. Hierbij versloeg hij eerst Kimi Raikkonen en McLaren, die op de top van hun kunnen waren, en daarna ook Michael Schumacher en Ferrari in hun laatste poging om een achtste wereldtitel uit die samenwerking te slepen.

Teamwissels pakken verkeerd uit voor Alonso

Na zijn twee wereldtitels volgde een reeks beslissingen die hem mogelijk meerdere wereldtitels hebben gekost. Eerst stapte hij in 2007 over naar McLaren. Gezien de snelheid van de McLaren dat jaar, was dat een goede keuze, maar hij stuitte op Lewis Hamilton. Hamilton was de goudappel van teambaas Ron Dennis en in dat interne gevecht zou Alonso altijd het onderspit delven.

En dus keerde hij in 2008 terug bij Renault en Briatore. Hier kon hij wel het hele team naar zijn hand zetten en zo had hij het graag. Daar is geen beter voorbeeld van dan de Grand Prix van Singapore 2008. Nelson Piquet Jr., Alonso’s jonge teamgenoot, werd toen met klem gevraagd om bewust te crashen. Piquet gehoorzaamde en Alonso kon daardoor de race winnen.

Een behoorlijk wanhopige actie, maar het was inmiddels dan ook duidelijk dat Renault de magie van een paar jaar eerder kwijt was. Voor 2010 leek het dan ook een uitstekende keuze van Alonso om voor Ferrari te gaan rijden. Wat volgde waren vijf frustrerende jaren, waarbij hij in 2010 en 2012 bijna wereldkampioen werd, maar telkens net tekort kwam om Sebastian Vettel en Red Bull Racing te verslaan.

Toen het hybride-tijdperk in 2014 aanbrak had Ferrari de plank behoorlijk misgeslagen en de relatie tussen Alonso en het team was behoorlijk verzuurd geraakt. Dus koos hij in 2015 voor een avontuur met McLaren en nieuwe motorleverancier Honda. Dat project draaide voor alle partijen helaas uit op een drama en eind 2018 keerde Alonso de F1 de rug toe.

Alonso heeft jacht op ‘Triple Crown’ in 2021 even stopgezet

Alonso ging zich richten op het behalen van de ‘Triple Crown’ (het winnen van de Grand Prix van Monaco, de 24 uur van Le Mans en de Indianapolis 500). Hij was goed op weg, want in 2017 reed hij op Indianapolis al aan kop en in 2018 won hij Le Mans. In 2020 trok ook de Dakar Rally zijn aandacht.

Het leek er dus even op dat Alonso de Formule 1 definitief achter zich had gelaten, maar gedurende het seizoen van 2020 werden de geruchten steeds sterker dat hij toch weer bij Renault zou instappen. Daniel Ricciardo had getekend voor McLaren en dus was er voor 2021 een plekje vrijgekomen bij het team uit Enstone. De geruchten bleken te kloppen en onder de vlag van Alpine hoopte Alonso oude tijden te laten herleven.

In 2021 bleek de F1-veteraan het nog steeds in zich te hebben. Na een aantal races vond de Spanjaard zijn draai en daarmee zijn oude vorm helemaal terug. Zijn tomeloze inzet werd beloond met een podiumplaats in Qatar, zijn eerste sinds 2014.

Fernando Alonso in 2022

Esteban Ocon werd behoorlijk onder druk gezet door de sterke vorm van zijn teamgenoot, maar de twee bleken een uitstekend duo te zijn. Alonso speelde een belangrijke rol in de zege van Ocon in Hongarije en de teamgenoten lijken elkaar alleen maar te versterken. De nieuwe regels van 2022 waren een belangrijke reden voor de Spanjaard om terug te keren naar de Formule 1, dus in het nieuwe seizoen zal blijken hoe competitief de tweevoudig wereldkampioen kan zijn met de vernieuwde wagen.