De FIA heeft na de recente Formule 1 Commission meeting op 2 juni 2026 een reeks aanpassingen bevestigd aan het technische en sportieve reglement van de Formule 1. Het gaat niet om ingrijpende veranderingen, maar om verfijningen richting de komende seizoenen en de verdere ontwikkeling van de sport. "Er werden kleine wijzigingen afgesproken aan de aerodynamische en carrosserie-onderdelen. Een voorstel om het aantal testdagen in de pre-season in 2027 te verhogen van drie naar vier dagen is goedgekeurd. Ook zijn er aanpassingen goedgekeurd voor het testen van eerdere auto’s (TPC) met betrekking tot testlocaties. Dit houdt in dat er beperkingen komen op het testen op circuits die in het daaropvolgende seizoen op de kalender staan", zo heeft de FIA geschreven in het statement dat op dinsdag naar buiten kwam.
Wat verandert er voor de teams en coureurs in de Formule 1?
De FIA wil daarmee zorgen voor meer duidelijkheid binnen de huidige regels, terwijl teams nog steeds ruimte behouden om prestaties te optimaliseren binnen de vastgestelde grenzen. Dit past binnen de bredere filosofie van de bond om de technische regels continu te verfijnen in plaats van volledig om te gooien. Daarnaast is er goed nieuws voor teams in de aanloop naar de nieuwe reglementen: vanaf 2027 worden de pre-season testdagen uitgebreid. Daarmee krijgen teams extra tijd om nieuwe onderdelen en concepten te evalueren voorafgaand aan het seizoen.
Ook zijn er aanpassingen goedgekeurd rondom het testen van eerdere auto’s (TPC, Testing of Previous Cars). De FIA heeft besloten dat er beperkingen komen op het testen van oudere auto’s op circuits waar in het daaropvolgende seizoen een Grand Prix wordt verreden. Dit moet voorkomen dat teams indirect voordeel halen uit data die te dicht op de racekalender ligt.
Er wordt ook nog gesproken over aanpassingen in het racen. Enkele weken geleden bereikten de FIA en de autofabrikanten een principeakkoord om de vermogensverdeling van de huidige 50/50 naar 60/40 te verschuiven vanaf het seizoen 2027. Deze wijziging moet
het racen stimuleren, omdat de Formule 1-coureurs hopelijk minder vaak het gas hoeven te minderen om de batterij op te laden tijdens een ronde.