Williams kent een moeizaam seizoen, maar de ambitie is niet veranderd. Binnen enkele jaren hoopt het Britse team terug de aansluiting met de top te hebben gevonden. Daarvoor zijn al veel investeringen gedaan, zo vertelt James Vowles in een exclusief interview met GPblog. Toen de Brit van Mercedes overkwam en zijn eerste stappen zette in de fabriek van Williams, viel hem iets op: "Ik vrees dat er geen enkel onderdeel in de fabriek was dat niet minstens vijf tot tien jaar gedateerd was. Werkelijk helemaal niks. Dat is een stevige uitspraak, maar ook een veelzeggende. Ik denk dat het goed weerspiegelt welke weg Williams heeft afgelegd. Er is 25 jaar lang niet voldoende geïnvesteerd en op een gegeven moment ga je daar onvermijdelijk de gevolgen van merken.”
'Onderdelen soms 25 jaar gedateerd'
Williams was aan het begin van dit decennium een team in de achterhoede, ondanks die grote naam uit het verleden. Als privé-team konden simpelweg niet de benodigde investeringen worden gedaan. Dat veranderde pas toen een investeringsmaatschappij het team van de familie Williams overnam.
Met James Vowles aan het roer werden er vele tientallen miljoen geïnvesteerd in allerlei fabrieksonderdelen, maar nog niet in de windtunnel: “Van alle faciliteiten was de windtunnel waarschijnlijk nog het beste. Die verkeerde niet in een slechte staat vergeleken met die van Mercedes. Het is zelfs een zuster windtunnel; ze zijn allebei precies op hetzelfde moment gebouwd. Als ik je geblinddoekt van de ene naar de andere zou brengen, zou je niet weten in welke je stond. Dat is juist positief.”
Dat neemt niet weg dat ook de windtunnel een revisie kan gebruiken, maar de focus lag op andere zaken: “Ook die windtunnel heeft nog investeringen nodig, maar dat was het onderdeel dat het dichtst bij de huidige standaard zat. Die was waarschijnlijk zo'n vier jaar gedateerd, in plaats van tien of zelfs 25 jaar, zoals sommige andere onderdelen."
De investeringen in de infrastructuur vormen volgens Vowles echter slechts één onderdeel van de wederopbouw. Minstens zo belangrijk is
de cultuur binnen het team. De Williams-teambaas gelooft niet in een traditionele leiderschapsstijl waarbij de baas van afstand beslissingen neemt, maar juist in een organisatie waarin medewerkers elkaar durven uit te dagen.
Vowles de moderne manager
Zelf wil hij ook tegengesproken worden, zolang daar een onderbouwd alternatief tegenover staat. Volgens Vowles ontstaat vooruitgang alleen wanneer mensen zich vrij voelen om problemen aan te kaarten en bestaande werkwijzen ter discussie te stellen.
Die filosofie past volgens de Brit bij de lange termijn waarop Williams werkt. Hij benadrukt dat een terugkeer naar de top niet kan worden afgedwongen met grote uitspraken, maar met realistische doelstellingen en een duidelijk plan voor de komende jaren. Daarbij draait het volgens hem niet om individuen, maar om het bouwen van een sterke organisatie.
Williams probeert daarom steeds minder afhankelijk te zijn van de kennis van enkele sleutelfiguren en legt processen en werkwijzen juist uitgebreid vast. Alleen op die manier kan het team structureel groeien en uiteindelijk weer meestrijden om overwinningen en wereldtitels. Volgens Vowles is dat de enige duurzame route terug naar de absolute top van de
Formule 1.