Williams

George Russell Nicholas Latifi

Williams 

Afgezakt naar de laatste twee plaatsen op de grid, is het huidige Williams Racing slechts een vage schim van het ooit zo succesvolle team. Met het vertrek van de Williams-familie en de komst van Amerikaanse investeerders is het team op de weg terug om punten te scoren in 2021.  

Team NaamWilliams
BasisGrove, Groot-Brittannië
Team LeiderSimon Roberts
MotorMercedes

 

Wie rijden er voor Williams in de Formule 1?

George Russell zal dit seizoen voor zijn derde seizoen plaatsnemen in de Williams. De Brit was met afstand de sterkste coureur van het team tijdens de campagne in 2019, maar punten kwamen er niet op het palmares van de Brit. In 2020 scoorde hij ook geen punten voor Williams, maar vanwege een invalbeurt bij Mercedes wist hij zijn eerste drie punten bij te schrijven.

Naast Russell neemt ook komend seizoen de Canadese Nicholas Latifi plaats. De zoon van miljardair Michael Latifi heeft zijn plek in de sport vooral te danken aan de financiën van zijn vader en Williams kan de centen goed gebruiken. Een blik op de CV van Latifi en de resultaten in 2020 zegt echter genoeg: Die zal Russell niet in de problemen brengen. Williams heeft echter het geld nodig, waardoor Latifi nog een jaar bij het Britse team zit.

Driemaal scheepsrecht

Twee onsuccesvolle pogingen om een Formule 1-team van de grond te krijgen zijn voor Sir Frank Williams niet genoeg om de handdoek in de ring te gooien. De Brit slaat in 1977 de handen ineen met Patrick Head en verschijnt aan de start van de GP van Spanje met een klantenwagen. 

Daarmee worden niet al te beste resultaten behaald, waarna Williams zelf aan de bak gaat om een eigen auto op de grid te krijgen. Met de FW06 pakt coureur Alan Jones tijdens de Grand Prix van Zuid Afrika in 1978 de eerste punten door als vierde te eindigen. En vanaf dat moment raakt alles in een stroomversnelling.

Met de V8 van Ford achterin stormt Williams in 1979 door naar de tweede plaats bij de constructeurs en pakt Alan Jones vier overwinningen. Eén jaar later is de Australiër wereldkampioen en staat Williams bovenaan bij de constructeurs. De constructeurstitel wordt in 1981 weer behaald, maar deze keer is het Nelson Piquet die Jones aftroeft in het coureurskampioenschap. Het laatste jaar dat de Aussie in de Williams zou rijden wordt afgesloten met een derde plaats.

Motorwissel

Ondanks het pakken van de titel met Keke Rosberg (vader van de 2016-kampioen Nico Rosberg), bracht 1982 weinig goeds voor Williams. De resultaten werden beduidend minder en boosdoener is het verhaal leek de V8 van Ford te zijn. De overstap naar krachtbronnen van Honda (V6-blokken met turbo) begon vanaf 1985 weer vruchten af te werpen en in 1986 en 1987 kwamen de constructeurstitels weer op naam van Williams te staan. Nelson Piquet won net als in ’81 het kampioenschap, maar deze keer in dienst van Williams.

De Honda bracht de nodige successen, maar de Japanse fabrikant brak na het succes van 1987 toch met Williams. Eén jaar moest het Britse team uitzingen met een op de kop getikte V8 (zonder turbo), alvorens het een motor van Renault kreeg. Races werden weer gewonnen en in 1992 begon een dominant tijdperk voor Williams met dank aan onder andere een actieve wielophanging. Nigel Mansell won de titel voor de Britten, het jaar daarna Alain Prost. 

Drie jaar op rij hengelde Williams ook de constructeurstitel binnen met 1995 als enige uitzondering: een succesjaar voor Benetton. In 1996 en 1997 was het weer Williams dat aan het langste eind trok, met ook de kampioenschappen voor Damon Hill en Jacques Villeneuve op zak. De nasmaak van de fatale crash van Ayrton Senna in 1994 is daarmee weg gewassen bij Williams.

Begin van de ellende

Vertrekt het meesterbrein achter de auto, in dit geval Adrian Newey, dan is dat een groot probleem. Combineer het met het eveneens doen van een stapje terug van de motorleverancier en je hebt een ramp. Williams krijgt in 1998 beide tegenslagen te verwerken (Newey stapt over naar concurrent McLaren en bezorgt daar successen) en moet een paar jaar uitzingen met afgedankte motoren. 

Pas in 2000 krijgt het weer een fatsoenlijke krachtbron, deze keer die van BMW. Met Juan Pablo Montoya en Ralf Schumacher achter het stuur begonnen de resultaten vanaf 2001 langzaamaan te verbeteren. De betrouwbaarheid van de FW32 was alleen ver te zoeken, maar kon zo nu en dan worden gecompenseerd met de snelheid van de BMW-motor. 

Vanaf 2004 begint het moddergooien tussen BMW en Williams, met beide partijen bewerend dat de andere te weinig naar de tafel brengt. Ondanks een lopend contract tussen BMW en Williams tot na het 2009-seizoen, stapt het team in 2006 over naar motoren van Cosworth. Nico Rosberg wordt op de plek van Nick Heidfeld gezet en Mark Webber blijft nog een jaartje bij Williams zitten. Een jaar met wederom alleen maar tegenslagen, waardoor de krachtbron achterin de Williams na één jaar alweer werd vervangen.

Pas met de overstap naar motoren van Mercedes in 2014 (het hybride V6-tijdperk) lijken de resultaten weer te verbeteren. Felipe Massa en Valtteri Bottas staan weer zo nu en dan op het podium (de overwinning van Pastor Maldonado in 2012 is tot dan toe de enige in de laatste vijf jaar geweest) en het team eindigt als derde in het kampioenschap. Lang kan er niet van worden genoten, nadat de FW38 in 2016 slechts goed genoeg is voor P5. 

Bottas wordt één jaar later ingeruild voor Lance Stroll en hoewel dezelfde P5 wordt behaald in het kampioenschap, is dat deze keer met slechts 83 punten achter de naam van Williams. De FW40 wordt nauwelijks verbeterd, waardoor het 2018-seizoen het pijnlijkste jaar van Williams ooit zal worden. Slechts zeven punten worden bij elkaar gesprokkeld door Sergey Sirotkin en Lance Stroll.

Sergey Sirotkin en Lance Stroll verdwijnen bij Williams, met eerstgenoemde zelfs volledig uit de Formule 1. Op de plaats van de twee vertrekkende racers komen Robert Kubica en George Russell te zitten. Russell maakt als Mercedes-junior zijn eerste kilometers in een Grand Prix alvorens de stap naar het fabrieksteam zal worden gezet, Kubica keert na jaren van afwezigheid weer terug om zichzelf te bewijzen.

Williams blijkt echter nog verder te kunnen zinken, want in 2020 weet het met Kubica en Russell maar één punt te scoren en is het oprechte veldvulling. De enige wagens die de coureurs van Williams zien zijn de wagens die hun een ronde inhalen en met vertrekkende sponsoren lijkt er nog geen licht aan het eind van de tunnel.

Williams in 2021

De coronacrisis kwam hard binnen bij Williams Racing. Er moesten investeerders bijkomen om de boel te redden en die redding werd gevonden bij Dorilton Capital. Zij namen het team over en vulde ook de technische rollen van het team gedurende het seizoen. Dat betekende ook het einde voor Claire Williams bij het team van haar vader, Franks Williams. 

In 2020 scoorde het team geen enkel punt en eindigde ze op een troosteloze tiende plek. Dicht bij punten kwam het team wel in 2020. Op het circuit van Imola kwam George Russell dicht bij punten, maar hij viel door een crash achter de safety car uit. In 2021 krijgt het team nieuwe kansen om het gat te dichten en weer punten te scoren. 

De grote regelwijziging van 2022 lijkt de grote kans voor Williams om op nul te beginnen en het gat met de concurrentie te dichten. Het zal dan ook weinig tijd stoppen in het 2021-seizoen. Dit seizoen rijden ze nagenoeg met dezelfde auto, dus de focus zal bij het Britse team al vroeg richting de nieuwe reglementen gaan, om met een schone lei te beginnen.

Met welke motor rijdt Williams in de Formule 1?

Williams maakt gebruik van de motor van Mercedes Benz, maar bouwt het merendeel van alle andere onderdelen zelf. Vanaf 2022 gaat het team echter wel veel meer onderdelen overnemen van Mercedes. Zo worden ze steeds meer een klantenteam van Mercedes, maar kunnen ze wel de focus gaan leggen op de zwakke kanten van de Williams-auto.

Lees meer Lees minder

Het laatste Williams nieuws

Je wordt uitgelogd en doorgestuurd naar de homepage