F1 team

Williams


10

0 PTS

Alexander Albon

Logan Sargeant


Thuisbasis
Grove, Great-Britain
Teambaas
Jost Capito
Chassis
TBA
Motor
Mercedes

Williams 

Williams is nog slechts een schim van het ooit zo succesvolle Formule 1-team. Na toch al een aantal magere jaren scoorde de Britse renstal in 2022 nog minder punten dan het jaar ervoor en eindigde het als laatste in het kampioenschap. Wel liet Alexander Albon meermaals mooie dingen zien sinds zijn comeback in F1. Kan hij het team samen met nieuwkomer Logan Sargeant helpen om de glorie te herstellen?

F1 Standen

Driemaal is scheepsrecht

Twee onsuccesvolle pogingen om een Formule 1-team van de grond te krijgen waren voor Sir Frank Williams niet genoeg om de handdoek in de ring te gooien. De Brit sloeg in 1977 de handen ineen met Patrick Head en verscheen aan de start van de GP van Spanje met een klantenwagen. Daarmee behaalde het team niet al te beste resultaten, waarna Williams zelf aan de bak ging om een eigen auto op de grid te krijgen. Met de FW06 pakte Alan Jones tijdens de GP van Zuid Afrika in 1978 de eerste punten door als vierde te eindigen. 

Vanaf dat moment raakte alles in een stroomversnelling. Met de V8 van Ford achterin stormde Williams in 1979 door naar de tweede plaats bij de constructeurs en pakte Alan Jones vier overwinningen. Eén jaar later was de Australiër wereldkampioen en stond Williams bovenaan bij de constructeurs. De constructeurstitel wint het in 1981 opnieuw, maar ditmaal was het Nelson Piquet die Jones aftroefde in het coureurskampioenschap. Het laatste jaar dat de Aussie in de Williams zou rijden, sloot hij af met een derde plaats.

Motorwissel

Ondanks het pakken van de titel met Keke Rosberg (vader van de 2016-kampioen Nico Rosberg), bracht 1982 weinig goeds voor Williams. De resultaten waren beduidend minder en boosdoener van het verhaal leek de V8 van Ford te zijn. De overstap naar krachtbronnen van Honda (V6-blokken met turbo) begon vanaf 1985 zijn vruchten af te werpen en in 1986 en 1987 kwamen de constructeurstitels weer op naam van Williams te staan. Piquet won net als in 1981 het kampioenschap, maar deze keer in dienst van Williams.

De Honda bracht de nodige successen, maar de Japanse fabrikant brak na het succes van 1987 toch met Williams. Eén jaar moest het Britse team uitzingen met een op de kop getikte V8 (zonder turbo), alvorens het een motor van Renault kreeg. Het won weer races en in 1992 begon een dominant tijdperk voor Williams met dank aan onder andere een actieve wielophanging. Nigel Mansell won de titel voor de Britten, het jaar daarna Alain Prost. 

Drie jaar op rij hengelde Williams ook de constructeurstitel binnen met 1995 als uitzondering. In 1996 en 1997 was het weer Williams dat aan het langste eind trok, met ook de kampioenschappen voor Damon Hill en Jacques Villeneuve op zak. De fatale crash van Ayrton Senna in 1994 zal echter nooit worden vergeten. 

Begin van de ellende

Vertrekt het meesterbrein Adrian Newey, dan is dat een groot probleem. Combineer dat met een stap terug van de motorleverancier en je hebt een ramp. Williams kreeg in 1998 beide tegenslagen te verwerken (Newey stapte over naar concurrent McLaren en bezorgde daar successen) en moest een paar jaar uitzingen met afgedankte motoren. 

Pas in 2000 kreeg het weer een fatsoenlijke krachtbron, deze keer die van BMW. Met Juan Pablo Montoya en Ralf Schumacher achter het stuur begonnen de resultaten vanaf 2001 langzaamaan te verbeteren. De betrouwbaarheid van de FW32 was alleen ver te zoeken, maar kon zo nu en dan worden gecompenseerd met de snelheid van de BMW-motor. 

Vanaf 2004 begon het moddergooien tussen BMW en Williams, met beide partijen bewerend dat de andere te weinig naar de tafel bracht. Ondanks een lopend contract tussen BMW en Williams tot na het 2009-seizoen, stapte het team in 2006 over naar motoren van Cosworth. Het zette Rosberg op de plek van Nick Heidfeld en Mark Webber bleef nog een jaartje bij Williams. Het was een jaar met wederom alleen maar tegenslagen, waardoor het de krachtbron achterin de Williams na één jaar alweer moest vervangen.

Pas met de overstap naar motoren van Mercedes in 2014 (het hybride V6-tijdperk) leken de resultaten weer te verbeteren. Felipe Massa en Valtteri Bottas stonden weer zo nu en dan op het podium (de overwinning van Pastor Maldonado in 2012 was tot dan toe de enige in de laatste vijf jaar) en het team eindigde als derde in het kampioenschap. Lang kon het er niet van genieten, nadat de FW38 in 2016 slechts goed genoeg was voor P5. 

Het ruilde Bottas een jaar later in voor Lance Stroll. Hoewel het dezelfde P5 behaalde in het kampioenschap, was dat deze keer met slechts 83 punten achter de naam van Williams. De FW40 was nauwelijks verbeterd, waardoor het 2018-seizoen het pijnlijkste jaar van Williams ooit zou zijn. Slechts zeven punten sprokkelde het met Sergey Sirotkin en Stroll bij elkaar. Toenmalig hoofdsponsor Martini hield ook op met de samenwerking na dit seizoen, waarna een lastige periode aanbrak voor Williams.

Sirotkin en Stroll verdwenen bij Williams, met eerstgenoemde zelfs volledig uit de Formule 1. Op de plaats van de twee vertrekkende racers kwamen Robert Kubica en George Russell te zitten. Russell maakte als Mercedes-junior zijn eerste kilometers in een GP alvorens hij de stap naar het fabrieksteam zou zetten, terwijl Kubica na jaren van afwezigheid weer terugkeerde om zichzelf te bewijzen. Williams bleek echter nog verder te kunnen zinken, want in 2019 wist het met Kubica en Russell maar één punt te scoren.

De coronacrisis kwam hard binnen bij Williams Racing. Er moesten investeerders bijkomen om de boel te redden en die vond het team bij Dorilton Capital. Zij namen het team over en vulden ook de technische rollen van het team gedurende het seizoen. Dat betekende eveneens het einde voor Claire Williams bij het team van haar vader, Frank Williams. Ondanks het vertrek van de Williams-familie, staat de naam van de in 2021 overleden oprichter nog altijd boven de garagedeur van het team. 

Williams in 2023

De grote regelwijziging van 2022 leek de ultieme kans voor Williams om vanaf nul te beginnen en het gat naar de concurrentie te dichten. Het seizoen verliep echter uitermate teleurstellend voor het team. Albon zorgde voor enkele hoogtepunten door de top tien in te rijden, evenals Nyck de Vries in de GP van Italië.

Door Nicholas Latifi te vervangen met Logan Sargeant beschikt het team nu over twee jonge talenten die belangrijke feedback kunnen geven over de auto, en dat is hard nodig gezien de acht magere punten die de Britse renstal het afgelopen jaar verzamelde. Kunnen Albon en Sargeant het team in 2023 helpen om de oude glorie van Williams te herstellen?

Het zal in ieder geval moeten zonder Jost Capito en Francois-Xavier Demaison. De teambaas en technisch directeur kondigde eind 2022 hun vertrek aan bij het team, opvolgers zijn er sindsdien nog niet bekendgemaakt. 

Wie rijden er voor Williams in de Formule 1?

Na het vertrek van George Russell naar Mercedes was er een leegte te vullen bij Williams. Waar het team de afgelopen jaren misschien niet altijd de beste keuzes maakte, deed het dat wel door te kiezen voor Alex Albon. De Thaise coureur maximaliseerde met de FW44 en haalde de top tien wanneer dat mogelijk was. 

In 2023 neemt Williams afscheid van Nicholas Latifi en verwelkomt het de debuterende Logan Sargeant. Daarmee heeft het team nu twee jonge talenten in dienst waarvan er één al een paar jaar ervaring heeft. Met deze line-up hoopt Williams komend seizoen een inhaalslag te maken.

Met welke motor rijdt Williams in de Formule 1?

Williams maakt gebruik van Mercedes-motoren. Waar het team in 2021 nog het merendeel van alle onderdelen zelf bouwde, ging het in 2022 meer van Mercedes overnemen. Dat maakt Williams een steeds groter klantenteam van Mercedes, waardoor het de focus kan leggen op de zwakke punten van de Williams-bolide.