tag-background-image

F1 team

McLaren


5

0 PTS

Lando Norris

Oscar Piastri


Thuisbasis
Woking, Great-Britain
Teambaas
Zak Brown
Chassis
MCL37
Motor
Mercedes

McLaren

De feloranje wagens van McLaren zijn duidelijk te onderscheiden van de andere bolides op de Formule 1-grid. Na jaren van grootspraak en magere prestaties hebben Andreas Seidl, James Key en Zak Brown voor een frisse wind gezorgd, al verruilt Seidl het team uit Woking in 2023 voor Sauber. McLaren moest het in 2022 afleggen tegen het sterkere Alpine, maar hoopt met Lando Norris en Oscar Piastri over een ijzersterke line-up te beschikken.

F1 Standen

De geboorte van McLaren

Ondanks prima resultaten bij het team van Cooper, besluit de jonge Bruce McLaren in 1966 aan de start van de Grand Prix van Monaco te verschijnen in een auto van zijn eigen team, McLaren. Pas met de overstap naar motoren van Cosworth, wordt de eerste overwinning gepakt door Bruce McLaren zelf in België in 1968. Ook de Canadese Grand Prix komt op de naam van de Nieuw-Zeelander te staan, maar voor de titel komt het team net wat punten tekort.

In de Formule 1 weet McLaren geen titels binnen te halen, maar in andere klassen excelleert de renstal wel. De Can-Am klasse is een vaste uitstap van Bruce en zijn team, maar ook eentje die duur wordt betaald. In 1970 test McLaren de nieuwe Can-Am wagen voor het aankomende seizoen, als een deel van de auto afbreekt, de wagen spint en vervolgens in de muur beland. De Nieuw-Zeelander overleeft de crash niet, maar de naam McLaren zal ook na zijn dood aan het team verbonden blijven.

Vier jaar na de dood van Bruce McLaren wint de gelijknamige renstal het eerste F1-kampioenschap. Emerson Fittipaldi werd na twee succesvolle jaren bij Lotus overgenomen door McLaren en wist ook bij het Britse team de titel binnen te slepen. Het feest was van korte duur, aangezien Niki Lauda met zijn Ferrari een opmars maakt in het jaar na het eerste kampioenschap van McLaren. In 1976 pakt James Hunt weliswaar de titel met McLaren, maar gaat de constructeurstitel wederom naar Ferrari.

De eerste top van McLaren

Met Ron Dennis aan het roer, kwam er na jaren van niet al te beste resultaten, een grote verandering in 1983. De motoren van Ford werden ingeruild voor die van Porsche en met het duo Niki Lauda-Alain Prost, had McLaren alle ingrediënten in huis om succes te behalen. In 1984 werd de titel gepakt, net als in 1985: de eerste keer door Lauda, de tweede keer door Prost. En hoewel de motor van Porsche leek te zorgen voor een opleving van McLaren, was het in 1986 alweer gedaan met de pret. Williams wist, met een motor van Honda achterin de wagens, betere resultaten te behalen. 

Na nog een seizoen door te hebben aangemodderd met Porsche, sluit ook McLaren aan in de rij bij Honda om de Japanse krachtbron in de wagen te krijgen. Een besluit dat vanaf 1988 de ene na de andere titel garandeert met Ayrton Senna en Alain Prost als rijdersduo.

De twee racers mogen het dan weliswaar niet goed met elkaar kunnen vinden, de successen voor McLaren zijn dominanter dan ooit. Zelfs nadat Prost het team verlaat (na de zoveelste aanvaring met Ayrton Senna), blijft Senna de overwinningen binnenharken. 

Pas in 1992 keert het tij en blijkt de motor van Honda ingehaald door andere fabrikanten. Ook goudhaantje Senna verlaat in 1994 het team om bij het beter presterende Williams aan de bak te gaan. Een carrière switch die uiteindelijk zou leiden tot zijn dood tijdens de Grand Prix van San Marino datzelfde jaar.

Terugkeer naar de top

Het team uit Woking rijdt vanaf 1996 met het duo Mika Hakkinen en David Coulthard, terwijl er een motor van Mercedes achterin de wagens gromt. Hoewel McLaren in de jaren met het Schots-Finse rijdersduo podia en zo nu en dan een overwinning weet te behalen, duurt het nog tot 1998 voordat de constructeurstitel weer eens binnen wordt gesleept. Dat jaar behaalt Hakkinen ook zijn eerste coureurstitel, met een jaar later nummer twee.

Eind 2001 verlaat de ene Fin het team en komt de andere aan boord: Kimi Raikkonen vervangt Mika Hakkinen, maar voor betere resultaten zorgt het niet. Ondanks een stroom aan overwinningen, is het Fernando Alonso die met Renault in 2005 beide titels in de wacht sleept, op de voet gevolgd door Kimi Raikkonen in zijn McLaren.

Twee jaar later is diezelfde Fernando Alonso terug te vinden achter het stuur van de McLaren, overtuigd van de kracht van de Mercedes-motor en de kennis van het team. Het 2007-seizoen zou echter totaal niet uitpakken zoals de Spanjaard had gehoopt. 

Een schandaal rondom het verkrijgen van gedetailleerde plannen van de Ferrari van dat seizoen (Spy-gate) betekende een streep door de constructeurstitel en ook het kampioenschap ging in de laatste race de kant van Kimi Raikkonen bij Ferrari op. Alonso vertrok na één jaar bij McLaren, terwijl rookie Lewis Hamilton genoegen moest nemen met P2 in het kampioenschap dat jaar.

Eén jaar later was het dan toch raak voor Hamilton, die met McLaren het kampioenschap won. De constructeurstitel ging naar Ferrari omdat McLaren als constructeur nog was geschorst, maar de Brit had zijn eerste titel op zak. 2009 was het enige jaar dat Brawn GP aan de start verscheen, maar eveneens het jaar dat de renstal met Jenson Button beide titels pakte. De Brit zou weer een jaar later naast zijn landgenoot komen zitten bij McLaren, maar de terugkeer van de gloriedagen bleef uit: Red Bull Racing domineerde vanaf 2010 de Formule 1.

Honda-Alonso tijdperk 2.0

Met het vertrek van Lewis Hamilton naar Mercedes in 2013, begon wederom een periode van constante stoelendans bij McLaren. Eerst nam Sergio Perez plaats, vervolgens werd de Mexicaan vervangen door Kevin Magnussen en de Deen mocht in 2015 na één jaar vertrekken door het aantrekken van Fernando Alonso. De Spanjaard zou deze keer langer blijven, maar wederom teleurgesteld vertrekken.

In hetzelfde jaar dat Alonso terugkeerde bij McLaren, stapte het team over van motoren van Mercedes naar die van Honda. Na de verkoop van het fabrieksteam aan Ross Brawn (dat het omdoopte tot Brawn GP, wat later weer het fabrieksteam van Mercedes werd), keerde de Japanse fabrikant de Formule 1 de rug toe, tot 2015 en Honda terugkeerde als leverancier. 

Het dromen over een herhaling van de resultaten die de samenwerking tussen Honda en McLaren vroeger had gebracht, bleek niets meer dan ijle hoop. Prestaties vielen tegen en in het eerste seizoen wist McLaren slechts 27 magere punten te verzamelen. 

De terugval van McLaren werd Dennis aangerekend, die eind 2016 aan de kant werd geschoven als CEO van McLaren. De topman vocht tot aan de rechtbank voor zijn plek binnen de F1, maar moest begin 2017 zijn meerdere erkennen. Hij moest alle aandelen die hij nog bezat verkopen. 

Hoewel dat aantal in het jaar erop bijna verdrievoudigde, zakte het in 2017 weer terug naar slechts dertig. Ook in 2018 wist teambaas Eric Boullier het tij niet te keren nadat Honda aan de kant werd gezet en Renault als leverancier binnen werd gehaald: de Fransman werd aan de kant geschoven en het seizoen leverde slechts zestig punten op.

In november 2016 nam Zak Brown de boel over bij McLaren en na het even aan te hebben gekeken met Eric Boullier, bleek de keuze voor Andreas Seidl in 2019 de beste. De Duitser bracht een frisse wind in het team en samen met James Key werd de weg naar boven ingezet. De Renault-motoren werden ingeruild voor die van Mercedes.

McLaren in 2023

Het F1-seizoen van 2022 bracht McLaren niet de resultaten waar het op gehoopt had. Daniel Ricciardo presteerde ondermaats, maar hoewel Norris meestal maximaliseerde, was ook hij niet in staat om meer uit de MCL36 te halen dan erin zat. Het team uit Woking moest zijn meerdere erkennen in Alpine en moest genoegen nemen met de vijfde plaats in de eindstand. In 2023 hoopt de Britse renstal weer dichter bij de top te komen met het ogenschijnlijk sterke rijdersduo van Lando Norris en nieuwkomer Oscar Piastri.

De grootste verandering vindt echter plaats aan de top. Seidl, die het team weer terugbracht naar de subtop, vertrekt namelijk per 2023 naar Sauber. Daar wordt hij CEO en laat daarmee een gat achter bij McLaren, dat intern wordt opgevuld door Andrea Stella. Zonder ervaring als teambaas is dat een gewaagde keuze van McLaren. 

Wie rijden er voor McLaren in de Formule 1?

Daniel Ricciardo en Lando Norris leken het gedroomde duo te vormen, maar dat verliep niet zoals men het voor ogen had. Ricciardo kon zijn draai niet vinden in de McLaren-bolide en werd vroegtijdig de deur gewezen om de weg vrij te maken voor Oscar Piastri.

Norris is ondertussen een ervaren coureur bij McLaren. Hij begint aan zijn vijfde seizoen in de Formule 1 en lijkt klaar te zijn voor de uitdaging van de jonge Australiër. In 2021 liep hij zijn kans op een eerste overwinning net mis en hij zal erop gebrand zijn om die alsnog af te vinken, maar in 2022 beschikte hij niet over het materiaal om dat te bewerkstelligen.

Rondom de komst van Piastri heeft zich een ware soap afgespeeld. Eigenlijk wilde Alpine de juniorcoureur bij een ander team stallen (Williams) en nog een jaar doorgaan met Fernando Alonso, maar daar ging de tweevoudig wereldkampioen niet mee akkoord. Hij koos voor een meerjarig contract bij Aston Martin, wat Alpine deed beslissen om Piastri per 2023 een vast zitje te geven. Het team bleek echter geen aanspraak meer te maken op de coureur en Piastri had inmiddels bij McLaren getekend.

Met welke motor rijdt McLaren in de Formule 1?

McLaren heeft in de afgelopen jaren drie keer van motoren gewisseld. In 2017 reed het team nog met de Honda-motor, waarna een vierjarige deal met Renault gesloten werd. Voor 2021 koos het echter voor de sterke Mercedes-motor, waarmee McLaren hoopt de weg terug naar de top te vinden.