Max Verstappen houdt zich voorlopig op de vlakte over de
discussie rondom de toekomstige Formule 1-motoren. De viervoudig wereldkampioen
heeft zijn mening inmiddels duidelijk gemaakt, maar benadrukt dat het nu aan de
beleidsmakers is om een beslissing te nemen. Er ligt een voorstel om de verhouding te wijzigen naar 60%
vermogen uit de verbrandingsmotor en 40% uit de elektrische aandrijving.
Hierdoor zouden coureurs vaker voluit kunnen rijden, minder hoeven te liften en
coasten om energie te sparen en zouden inhaalacties natuurlijker worden. Voor Verstappen is die wijziging belangrijk, omdat het het 'originele' Formule 1-gevoel mogelijk een beetje terugbrengt.
Hij zou het jammer vinden als een paar fabrikanten tegen de beslissing stemmen, maar zou tegelijkertijd niet verbaasd zijn. “Laten we daarop wachten wat eruit komt. Ik heb er alles
over gezegd wat ik wilde zeggen. Nu is het gewoon aan de FIA en de FOM samen om
daar een beslissing over te maken. Ik hoop dat ze de juiste natuurlijk maken
voor de sport", zo legt hij de bal bij de FIA.
"Ik heb ook altijd wel goede communicatie met hen gehad. We gaan
zien wat eruit komt. Voor zover ik heb gehoord is iedereen er wel voorstander van”,
aldus Verstappen tegenover
GPblog over de huidige situatie met de motoren in de
Formule 1. Hij weet echter ook dat Audi een van de fabrikanten is die niet zo enthousiast zijn. Ze hekelen de kosten die de nieuwe motor vereisen, terwijl Audi-coureur Nico Hülkenberg voorstander is.
"Dat is politiek in F1", besluit Verstappen.
"Ze denken dat het niet goed is voor hun motor." Verstappen krijgt in ieder geval steun van andere F1-coureur
Hulkenberg reageerde voorafgaand aan Verstappens mediasessie op de kwestie. De Duitser
staat open voor de wijziging. Tegenover
GPblog zei de Formule 1-coureur het volgende.
“Het gaat er niet om wat ik
wil, het gaat om wat er uiteindelijk gebeurt. Er moet een akkoord komen tussen
alle fabrikanten, zoals ik het begrijp. Ik denk dat het bepaalde zaken zou
helpen en het leven makkelijker zou maken, met name op het gebied van
betrouwbaarheid. Iets minder afhankelijk zijn van de energiezijde. Dus ja, ik
sta er open voor.”