Bij vrijwel geen enkele Grand Prix ter wereld arriveert
een substantieel deel van het publiek op de fiets. Bij Zandvoort is het een
officiële vervoersvorm met eigen terreinen, tarieven en stallingen. Voor de
laatste editie is het ook een van de weinige manieren om er nog dicht met de
auto in de buurt te komen. Park and Bike
Er zijn speciale P+B-terreinen
aangewezen, strategisch gelegen bij provinciale hoofdwegen in de omliggende gemeenten.
Twee opvallende locaties zijn Marina Seaport in IJmuiden voor verkeer uit het
noorden en Langevelderslag in Noordwijk voor verkeer uit het zuiden. Daarnaast
zijn er verspreid over de regio meer P+B-locaties die parkeren en fietsverhuur
combineren.
Parkeren kost 20 euro per auto. Een huurfiets kost 25 euro per
stuk, met keuze uit een standaardfiets of een e-bike. Vanaf de meeste locaties
duurt de rit naar Zandvoort ongeveer een halfuur.
Waar je je fiets kwijt kunt
Bij
het circuit zijn meerdere fietsenstallingen gratis te gebruiken. Er is ook een
bewaakte stalling tegen betaling. Fietsers rijden naar een van de stallingen in
Zandvoort of bij Bloemendaal aan Zee.
Waar het knelt
Het aantal huurfietsen en
het aantal parkeerplaatsen op de P+B-terreinen is beperkt. Wie op zondagochtend
zonder reservering komt aanrijden, loopt een reëel risico dat het terrein vol
is. Vooraf boeken is bij deze optie geen luxe maar noodzaak.
Verder is het
simpele rekenwerk: met eigen fietsen betaal je 20 euro voor de hele auto, met
vier huurfietsen 120 euro. Voor een gezin dat toch al fietsen op een drager
heeft, is dit de goedkoopste manier om bij het circuit te komen.
Praktisch
Reken op wind. De route van IJmuiden of Noordwijk naar Zandvoort loopt door
open duingebied langs de kust, en een halfuur tegenwind aan het eind van een
racedag voelt anders dan een halfuur mee. Regenkleding hoort in de fietstas, en
een slot ook: gratis stallingen zijn niet bewaakt.