Max Verstappen heeft met zijn nieuwe contract tot eind 2030 een definitief einde gemaakt aan de aanhoudende speculaties over zijn toekomst. Op basis van
de huidige krachtsverhoudingen lijkt blijven bij Red Bull Racing misschien niet
de meest voor de hand liggende keuze, maar juist de afgelopen maanden hebben
laten zien waarom vertrekken een minstens zo grote gok zou zijn. De timing van de nieuwe overeenkomst is opvallend. Verstappen
staat zesde in het kampioenschap, Red Bull vierde bij de constructeurs
en de eerste eigen krachtbron uit Milton Keynes heeft het
F1-team nog niet
teruggebracht naar de positie die het in eerdere jaren gewend was. Verstappen
won dit seizoen nog geen Grand Prix en reed in de openingsfase regelmatig in
een auto die niet in staat was om Mercedes, Ferrari en McLaren structureel uit
te dagen. De twijfels over zijn toekomst kwamen dan ook niet uit de lucht
vallen.
Zijn vorige contract liep weliswaar tot eind 2028, maar door de
tegenvallende resultaten bleef een eerder vertrek nadrukkelijk onderwerp van
gesprek. Zoals Verstappen in Zandvoort zelf aangaf, was een volledig vertrek uit de
Formule 1 dichterbij dan een overstap naar een rivaliserend team. Wat naast de sportieve tegenslagen niet hielp om het seizoen positief te beginnen, was het nieuwe reglement, waar sindsdien wel wijzigingen aan zijn gemaakt én waarvoor nieuwe wijzigingen aankomen in de komende twee jaren.
De Red Bull van begin 2026 is niet meer de Red Bull van nu
Juist dat moeilijke begin van 2026 is een belangrijke reden
waarom Verstappens keuze voor Red Bull logisch is. De RB22 waarmee hij in
Australië zesde werd, in China uitviel en in Japan niet verder kwam dan de
achtste plaats, is niet meer dezelfde auto waarmee hij vlak voor de zomerstop
drie podiumplaatsen in vier races pakte. Red Bull introduceerde in Oostenrijk
een omvangrijk upgradepakket aan onder meer de vloer en achterwielophanging en
maakte daarmee een duidelijke stap. Verstappen reed vanaf de vijfde startplaats
naar P2 en kwam uiteindelijk slechts 1,6 seconde tekort voor de overwinning.
Silverstone vormde daarna een tegenslag, maar om een andere reden
dan pure snelheid. Een probleem met de beweegbare achtervleugel wierp
Verstappen enkele ronden voor het einde uit de race, terwijl hij ondanks
problemen met de balans en krachtbron onderweg leek naar een zekere derde plaats. Hetzelfde
systeem had een week eerder al een rol gespeeld bij zijn crash in de
kwalificatie in Oostenrijk. Red Bull besloot de constructie vervolgens van de
auto te halen. In Spa stond Verstappen meteen weer op het podium en in Hongarije
volgde opnieuw een tweede plaats, ditmaal opnieuw met de - herziene - 'Macarena'-vleugel. Waar Red Bull tijdens de eerste maanden van
2026 vooral terrein verloor, was voor de zomerstop voor het eerst een
duidelijke stijgende lijn zichtbaar.
Welke alternatieven had Verstappen?
Die stijgende lijn is relevant bij de vraag welke alternatieven Verstappen daadwerkelijk had. Een overstap naar een ander topteam klinkt aantrekkelijk zolang
Red Bull niet de snelste auto heeft, maar biedt geen enkele garantie dat de
situatie daar een jaar later beter is. De nieuwe technische reglementen hebben de
verhoudingen in 2026 volledig veranderd en juist dit seizoen laat zien hoe snel
die opnieuw kunnen verschuiven.
Verstappen zou bij een vertrek bovendien
afscheid nemen van een organisatie die al meer dan tien jaar volledig rond hem
is opgebouwd en waarmee hij vier wereldtitels won. Bij Red Bull hoeft hij zich
niet aan te passen aan een nieuwe werkwijze of zich binnen een ander
fabrieksteam opnieuw een centrale positie te verwerven. Daarnaast is het nog maar de vraag welk team een plek vrij had: zowel Mercedes als McLaren en Ferrari spraken openlijk hun tevredenheid uit over hun huidige rijdersduo's.
Eigen krachtbron met Red Bull Ford Powertrains
Daar komt bij dat Red Bull sinds dit seizoen veel meer in eigen
hand heeft dan in de eerste jaren met Verstappen. De ontwikkeling van de eigen
krachtbron met Ford was misschien wel het grootste risico van het nieuwe
reglement, maar gaf het team tegelijkertijd de status van een volledige
fabrieksequipe. De eerste maanden verliepen niet zonder problemen, maar de achterstand waarmee Red Bull aan het seizoen
begon, is niet blijven staan. Al tijdens de winter was Verstappen positief over
de eerste stappen van Red Bull Ford Powertrains en gedurende het seizoen heeft het
team laten zien dat het zowel aan de auto als aan de krachtbron vooruitgang kan
boeken.
Ook de situatie binnen het team is veranderd. Laurent Mekies nam
vorig jaar het stokje over van Christian Horner en kreeg daarmee een
organisatie in handen die sportief al langere tijd terrein had verloren. Toeval of niet, zes weken later begon het team veel van dat verloren terrein terug te winnen. Een
jaar later staat Red Bull nog altijd vierde bij de constructeurs, maar de
prestaties sinds Oostenrijk geven een ander beeld dan de WK-stand alleen. Mekies
sprak na de race in Spa over een auto die steeds sterker werd en Verstappen zelf wees in Hongarije op de verbeteringen die het team in korte tijd had gevonden. Dat zijn
geen garanties voor een nieuwe titel, maar wel concrete aanwijzingen dat Red
Bull na de slechte seizoensstart allesbehalve stil is blijven staan.
Verstappen heeft vertrouwen in het Red Bull van nu
Verstappen kiest met zijn nieuwe contract dan ook niet voor het
Red Bull van maart, maar voor het Red Bull van nu - en de ontwikkeling die sinds de seizoensstart is ingezet. Dat
onderscheid is niet onbelangrijk. Na de eerste drie races stond het team zelfs achter
Haas en Alpine en leek het nieuwe reglement verkeerd te zijn aangepakt. Vier
maanden later vocht Verstappen in Oostenrijk om de overwinning en volgden
podiumplaatsen in Spa en Hongarije. De achterstand op de absolute top is
daarmee niet verdwenen, maar Red Bull heeft wel bewezen dat het de problemen
begrijpt en gedurende het seizoen terrein kan terugwinnen.
Vertrekken zou bovendien betekenen dat Verstappen precies op het
moment uitstapt waarop het project waarvoor Red Bull jarenlang heeft gebouwd
volwassen moet worden. De eigen motor, de technische organisatie onder Mekies
en de RB22 vormen het begin van een nieuw tijdperk, niet het einde van het
oude. Dat project heeft in zijn eerste jaar tekortkomingen laten zien, maar ook
voldoende herstelvermogen om de keuze voor een ander team allerminst
vanzelfsprekend te maken.
De verlenging tot en met 2030 is dan ook zeker niet behoudend te noemen. Verstappen kiest niet simpelweg voor loyaliteit aan het
team waarmee hij zijn successen behaalde en waar hij zich op zijn gemak voelt, maar voor een omgeving waarvan hij
precies weet wat die hem kan bieden en die na een bijzonder moeizame start
aantoonbaar dichter bij de kop is gekomen. Een overstap had vooral een nieuwe
onzekerheid ingeruild voor de bestaande. Door te blijven, zet Verstappen zijn
kaarten op het team dat eerder al bewees een kampioensauto rond hem te kunnen
bouwen en in 2026 opnieuw heeft laten zien dat het zich uit een sportief dal
kan ontwikkelen.