Max Verstappen maakt zich zorgen over de snel
stijgende kosten in de kartsport. Volgens de viervoudig wereldkampioen zijn de kosten inmiddels zo hoog
opgelopen dat sommige coureurs al afhaken voordat ze de stap naar de autosport
kunnen maken. Verstappen
kreeg in Monaco de vraag of karten nog altijd de beste
route is richting de
Formule 1. De Nederlander twijfelt niet aan de waarde van
de discipline, maar ziet tegelijkertijd een ontwikkeling die hem zorgen baart.
Volgens
Verstappen zijn de kosten in sommige kartklassen de afgelopen jaren explosief
gestegen. "We hebben natuurlijk allemaal enorm veel geleerd van het
karten. Het is nog steeds een geweldige categorie. Het probleem is alleen dat
de prijzen compleet uit de hand lopen", zegt de Red Bull-coureur.
Daarbij noemt hij bedragen die volgens hem niet meer in verhouding staan tot de
sport. "Mensen betalen tegenwoordig 10.000 tot 12.000 euro voor één
raceweekend in de Mini-klasse. Dat is gewoon krankzinnig."
Verstappen vreest voor jonge talenten
Daardoor
dreigt volgens Verstappen een situatie te ontstaan waarin niet altijd de
grootste talenten doorstromen naar hogere raceklassen. De financiële
mogelijkheden van ouders en sponsors spelen volgens hem een steeds grotere rol.
"De
prijzen lopen zo hard op in het karten dat echt talent soms niet eens de kans
krijgt om de stap naar de formuleklassen te maken", vervolgt Verstappen. Daarom vindt
hij dat jonge coureurs zich niet uitsluitend op het karten moeten richten. De
Nederlander ziet steeds vaker dat talenten meerdere disciplines combineren om
zich voor te bereiden op een carrière in de autosport.
Simracen als goedkopere oplossing
Simulatoren
spelen daarin volgens hem een belangrijke rol. Waar de huidige generatie
Formule 1-coureurs grotendeels afhankelijk was van karting, beschikken jonge
talenten tegenwoordig over veel geavanceerdere hulpmiddelen. Daardoor kunnen
zij al ervaring opdoen met technieken die vroeger pas in een raceauto werden
geleerd.
"Toen
wij voor het eerst in een raceauto stapten, moesten we heel veel leren", zegt Verstappen. Volgens hem is die
leercurve tegenwoordig minder steil. "Met de huidige simulatoren kun je
op dat vlak al tien stappen verder zijn voordat je überhaupt in een formuleauto
rijdt. Je kunt de juiste rempunten leren, terugschakelen, data analyseren en
begrijpen wat een formuleauto allemaal kan doen."
Albon grotendeels eens met Verstappen
Alexander
Albon sluit zich grotendeels aan bij die analyse. De Williams-coureur noemt een
combinatie van karten en simracen de ideale route, maar erkent dat dit
door de stijgende kosten steeds moeilijker wordt.
Volgens Albon
is het positief dat simracen inmiddels een serieus alternatief is
geworden voor jonge talenten. "In een ideale wereld zou je allebei
doen", zegt hij. "Ik ben blij dat simracen tegenwoordig
een route is die jonge coureurs kunnen gebruiken om beter te worden en hun
vaardigheden verder te ontwikkelen." Tegelijkertijd vindt ook Albon
dat er werk moet worden verricht om de kartsport toegankelijk te houden.
Ocon sluit zich aan bij Verstappen: 'Ik had F1 nu misschien niet kunnen bereiken'
Ocon gaat
zelfs nog een stap verder. De Haas-coureur twijfelt openlijk of hij zelf de
Formule 1 zou hebben bereikt wanneer hij vandaag aan zijn carrière had moeten
beginnen. Volgens de Fransman zijn de huidige kosten in de kartsport voor veel
gezinnen simpelweg niet meer op te brengen.
"Als
ik mijn carrière vandaag opnieuw zou moeten beginnen, dan weet ik eerlijk
gezegd niet of ik hier zou zitten", geeft Ocon toe. Ook hij wijst naar de bedragen die
tegenwoordig worden betaald in de jongste kartklassen. "Als je ziet wat
een raceweekend in de Mini-klasse tegenwoordig kost, dan is dat echt
bizar."
Net als
Verstappen ziet Ocon simulatorracen daardoor steeds belangrijker worden.
Volgens de Fransman ligt het niveau online inmiddels extreem hoog. Hij wijst
erop dat grote aantallen coureurs binnen enkele tienden van een seconde van
elkaar zitten, iets wat zelfs in de grootste kartwedstrijden zelden voorkomt.
Toch vindt
Ocon het geen ideale ontwikkeling. De Fransman benadrukt dat jonge coureurs
uiteindelijk ervaring moeten opdoen in echte raceauto's en op echte circuits. "Misschien
is zeventig procent simulatorwerk en dertig procent echt karten tegenwoordig
wel de beste route. Het doet pijn om dat te zeggen, want jonge coureurs moeten
juist de kans krijgen om echte raceauto's te besturen tegen betaalbare prijzen.
Alleen is dat tegenwoordig ontzettend moeilijk."