De komende editie van de Dutch GP in Zandvoort gaat de, in ieder geval voorlopig, laatste race in de duinen worden. Daarmee zal er na een zestal edities een einde komen aan een stuk Nederlands trots en dat is eeuwig zonde. Had de overheid bij moeten springen? Het verhaal is bekend, door de grote successen en populariteit van
Max Verstappen in Nederland kwam de
Formule 1 terug naar ons kleine landje. Vooraf werd vooral afgevraagd of dat wel haalbaar was, maar de organisatie heeft het tegendeel behoorlijk bewezen. Vanaf 2021 kwamen mensenmassa's naar het pittoreske dorpje in de duinen om de crème de la crème van de autosport te kunnen aanschouwen.
In eerste instantie was de deal voor vijf jaar getekend, maar eind 2024 werd bekend dat er nog een jaartje bij aan werd geplakt. Dat jaar is nu en dus is het einde nabij. Vanuit financieel oogpunt is door de organisatie besloten om nu, op het hoogtepunt, te stoppen. En dat is een groot verlies voor ons land.
Verstappen legt bal bij overheid
Eerder gaf Max Verstappen al aan dat de overheid de autosport in Nederland moet ondersteunen. "De populariteit hangt vooral af van het talent dat eraan zit te komen en waarvan hopelijk iemand het schopt tot de Formule 1. Want dat creëert toch de grootste hype. Toeval speelt altijd een rol. Kijk ook naar Duitsland in het verleden", aldus Verstappen.
"En hopelijk pakt de overheid de handschoen op." Die handschoen had de overheid veel eerder moeten oppakken. Als we kijken naar wat de Dutch GP ons in de afgelopen jaren heeft gebracht. Wereldwijde aandacht voor ons land, complimenten van de beste coureurs &
F1-top en laten we vooral niet vergeten dat de organisatie de 'benchmark' en inspiratie is geweest voor andere races.
Het festival om de Dutch GP heen was een inspiratie voor de rest van de organisatoren van F1-races. Foto: DGP/Martin Hols
Het beste van verschillende werelden kwam bij elkaar. Natuurlijk de rol van Max Verstappen, misschien wel de beste coureur op de grid. Maar ook het organiseren van een festival met Nederlandse topartiesten. En om niet te vergeten, de hele logistieke operatie. De mensenmassa's die van het station zonder al te veel problemen hun weg naar het circuit wisten te vinden, vanwege de strakke organisatie. Een groot compliment en een voorbeeld voor de rest van de wereld.
En juist dat had de overheid moeten koesteren. Met de toenemende populariteit en allure van de Formule 1, had ons kikkerlandje nog beter op de kaart kunnen worden gezet. Met investeringen die de overheid in Zandvoort had gedaan, hadden de prijzen wat meer gedrukt kunnen, waardoor nog meer mensen van het spektakel hadden kunnen genieten.
De komende editie van de Dutch GP in Zandvoort is de laatste. Foto: RacePictures
Wat nu rest? We mogen en moeten met zijn allen nog één keer genieten van de koningsklasse van de autosport in ons kleine landje. Want wat in de afgelopen jaren is ongekend. We weten pas wat we missen, als we het niet meer hebben. Laten we daarom dubbel en dwars genieten en waarderen wat de organisatie voor mekaar heeft weten te boksen in de afgelopen jaren. En laten we hopen dat de overheid in de toekomst wél gaat investeren in de Nederlandse autosport, zodat het de aandacht blijft krijgen die het verdient.