Max Verstappen hoopt dat de Nederlandse overheid na het vertrek van de Formule 1 uit Zandvoort meer gaat investeren in de autosport. Volgens de viervoudig wereldkampioen is extra ondersteuning essentieel om talenten de kans te geven zich te ontwikkelen en de sport ook in de toekomst populair te houden. Over twee weken moeten de coureurs zich weer melden op
Circuit Zandvoort, wat het eerste raceweekend na de zomerstop zal zijn. Dit jaar wordt de laatste editie van de Dutch Grand Prix verreden, aangezien de baan in de Nederlandse duinen van de Formule 1-kalender verdwijnt. In 2027 zal de
Formule E voor het eerst naar Zandvoort komen, en zal de elektrische klasse waarschijnlijk samen met de GT World Challenge Europe de 'hoofdacts' worden van de circuitkalender.
Verstappen hoopt dat het vertrek van de Formule 1 het circuit aanmoedigt om autosport in zijn geheel nog meer te steunen. Wat is daarvoor nodig? "Dat ligt niet in mijn handen", vertelt Verstappen bij Formule 1 Magazine. "De populariteit hangt vooral af van het talent dat eraan zit te komen en waarvan hopelijk iemand het schopt tot de Formule 1. Want dat creëert toch de grootste hype. Toeval speelt altijd een rol. Kijk ook naar Duitsland in het verleden", wijst Verstappen aan. "En hopelijk pakt de overheid de handschoen op."
Hij benadrukt dat ondersteuning op bepaalde momenten belangrijk is.
"Iedereen heeft in ieder geval kunnen zien wat autosport teweeg kan brengen. Kijk eens naar Duitsland. Alles moet heel groen, maar dat is tegelijkertijd ook het land van de grote fabrikanten. Dat is een spagaat. Gelukkig hebben ze daar nog wel mooie races, zoals de 24 Uur van de Nürburgring, maar ook dat soort evenementen is al moeilijk te organiseren", vult Verstappen aan, die in mei dit jaar deelnam aan
de enduranceklassieker in de Eifel.Max Verstappen heeft dit jaar voor het laatste een Formule 1-thuisrace - Foto: DGP/Martin Hols
Verstappen wil geen credits opeisen: "Ik heb mijn steentje bijgedragen"
Verstappen weet dat het lastiger is om een autosportevenement te organiseren dan een voetbalwedstrijd, en dat de financiële zaken op de achtergrond een grote rol spelen. "We zien in Spanje bijvoorbeeld hoe het ook kan, hoeveel ondersteuning er daar is voor motorcoureurs en -circuits. Natuurlijk hebben ze daar meer plek en mogelijkheden, maar er is ook gewoon meer aandacht en prioriteit", vertelt Verstappen verder. "En dat zie je bij heel veel olympische sporten ook. Als een land echt wil, dan kun je de mogelijkheden creëren voor talenten om zich te ontwikkelen en tot wasdom te komen."
De Nederlandse Grand Prix keerde in 2021 weer terug op de Formule 1-kalender wegens het succes van Verstappen. Het evenement werd vervolgens elk jaar populairder. "Nou, ik wil niet zeggen dat het allemaal door mij komt. Ik heb mijn steentje bijgedragen. Ik vind het vooral mooi om te zien dat autosport wel echt leeft in Nederland", vertelt de viervoudig wereldkampioen. "Ik hoef daar persoonlijk niet de credits voor te krijgen. Er zijn gelukkig ook Nederlandse coureurs die het over het algemeen goed doen in verschillende klassen en ook aardig wat teweeg brengen in Assen en Zandvoort. Het leeft, dat vind ik mooi."
Max Verstappen eist geen credits voor de populariteit van de Dutch GP - Foto: RacePictures
Verstappen wijst belangrijker effect aan
De Nederlander krijgt vervolgens de vraag waarom hij nautoiet wil zeggen dat die enorme Nederlandse interesse in de Formule 1 allemaal door hem komt: "Ik hoef dat niet te roepen", reageert Verstappen. "En het is ook niet belangrijk. Het is belangrijker om te zien dat autosport populair is nu en dat kleine jongetjes nu ook dromen van autosport en Formule 1. Natuurlijk, Formule 1 is het hoogste, maar ook onder de Formule 1 kun je veel leuke dingen doen in de autosport."
Verstappen ziet bovendien dat de internationale autosportklassen veel populairder zijn geworden, terwijl de interesse in de nationale autosport langzaam uitsterft. "Dat is in heel veel landen het geval. Het is allemaal internationaler geworden, dat is de wereld waarin we leven. Alles verandert. En de kosten zijn over het algemeen hoog. Autosport beoefenen is heel duur en mensen willen dan als het even kan ook internationaal voor de dag komen en aanzien krijgen. Je ziet wel dat de GT3-klasse heel groot wordt en die klasse komt ook gewoon naar Zandvoort. Dus daar heb je dan geen nationale races voor nodig. Ik bedoel, er zijn genoeg opties."