Na Max vs 100
wordt er al gesproken over een nieuwe, veel grotere uitdaging voor Max
Verstappen. De Nederlander kreeg na zijn succesvolle inhaalrace op Silverstone
door Red Bull Racing meteen de vraag voorgelegd of Max vs 200 de volgende stap
moet worden. Verstappen had woensdagavond slechts
veertien ronden nodig om alle honderd deelnemers aan Max vs 100 in te halen.
Hij begon als 101ste en dus als laatste, maar ging als een warm mes door de boter in slechts 35 minuten door het
volledige veld heen, waarmee de race net iets langer duurde dan de helft van het geplande uur. Na afloop vertelt hij dat hij vooraf niet goed wist hoe
groot zijn snelheidsvoordeel zou zijn, maar dat de kwalificatieronden van zijn tegenstanders hem geruststelden.
Max vs 200?
“Ik had geen idee
hoe mijn tempo zou zijn, maar daarna had ik twee of drie ronden om me voor te
bereiden en wist ik wat de rondetijd uit de kwalificatie was. Toen dacht ik:
oké, als we een goede eerste ronde hebben en niet te veel tijd verliezen, dan
moet het goedkomen”, legt Verstappen
uit.
Daarop krijgt hij direct een nieuwe
uitdaging voorgeschoteld. “Dus we gaan ons voorbereiden op Max versus 200?”,
stelt de interviewer met een knipoog voor, waarop Verstappen lachend antwoordt: “Precies.”
De eerste editie bleek voor Verstappen
aanvankelijk
lastig in te schatten. Toen hij voor de start naar de enorme rij
karts voor hem keek, vroeg hij zich af hoe eenvoudig het daadwerkelijk zou
worden om
iedereen in te halen.
“Om eerlijk te
zijn: toen ik naar de grid liep en zag waar ik moest starten, maakte ik me een
beetje zorgen. Maar na mijn eerste ronde, met alle chaos en de manier waarop ik
door de incidenten heen kwam, dacht ik: oké, we hebben dit nu onder controle.”
Die openingsronde maakte meteen een
groot verschil. Verstappen ging voorbij aan meer dan zestig deelnemers en schoof van
de 101ste naar de 37ste plaats. Bij de hairpin liepen verschillende karts vast
of kwamen ze dwars of achterstevoren te staan, maar Verstappen wist de chaos te ontwijken en
kon zijn weg vervolgen. In plaats van zich door een compact en chaotisch deelnemersveld
te moeten werken, kon Verstappen vervolgens steeds meer zijn eigen ritme rijden en de
resterende tegenstanders één voor één achterhalen.
Gemiddeld 1 inhaalactie per 21 seconden
“Natuurlijk was
ronde één leuk, en ronde twee ook, maar als je eenmaal in een ritme komt, ze
één voor één begint op te rapen en ziet dat het gat kleiner wordt, dan is dat
volgens mij het spannende gedeelte. En gewoon weer in een kart rijden ook. Het
is eigenlijk een heel mooi circuit. Dus ja, ik heb daar echt van genoten”, gaf Verstappen aan.
Uiteindelijk bereikte Verstappen de
laatste overgebleven deelnemers al in ronde veertien. Zijn snelste ronde van
2.20,673 was ruim 2,6 seconden sneller dan de beste rondetijd van de overige
deelnemers. Gemiddeld haalde hij gedurende zijn 35 minuten durende opmars
iedere 21 seconden iemand in.