George
Russell ziet ondanks de sterke positie van Mercedes duidelijke verbeterpunten
in de 2026-regels. Hij wijst daarbij vooral naar het energiegebruik en de grote
snelheidsverschillen op de baan. Russell
bevestigt na een vraag van
GPblog dat er de afgelopen weken intensief
contact is geweest tussen de coureurs, de Formule 1 en de FIA. Daarbij werd
niet alleen gesproken over incidenten – zoals de zware crash van
Oliver Bearman
in Japan – maar ook gekeken naar structurele aanpassingen.
“Er zijn zeker
veel coureurs met een mening. Los van wat er in Japan gebeurde, stond er al een
overleg gepland met alle coureurs, de F1 en de FIA om te kijken hoe we deze
reglementen kunnen verbeteren”, zegt Russell.
F1-coureurs
op één lijn volgens Russell
Volgens de
Brit ligt de focus daarbij op een aantal duidelijke punten. “De
belangrijkste dingen zijn dat we flat-out kunnen gaan in de kwalificatie, dus
geen lift and coast, en het verminderen van de snelheidsverschillen”, legt
hij uit. “Er zijn goede gesprekken geweest met de FIA en iedereen zit op één
lijn over wat we willen bereiken. Ik kijk ernaar uit dat daar vanaf Miami iets
van te zien is.”
Die
snelheidsverschillen werden volgens hem pijnlijk duidelijk bij het incident
tussen Bearman en Franco Colapinto. “De snelheidsverschillen bij de crash
tussen Bearman en Colapinto hadden twee oorzaken. Bearman gebruikte zijn boost
en had 350 kilowatt tot zijn beschikking, terwijl Colapinto juist eerder zijn
energie had gebruikt en daardoor minder vermogen had. Dat zorgt voor grote
verschillen”, vervolgt hij.
Daar zit
volgens Russell de kern van het probleem. “Vanuit het perspectief van de
coureurs willen we die snelheidsverschillen op een onnatuurlijke manier
verminderen, vooral buiten de SM (Straight Mode, red.). Als een recht stuk geen
SM-zone is, betekent dat meestal dat het onderdeel is van een bochtensectie. De
crash van Bearman gebeurde ook in zo’n niet-SM gedeelte”, stelt de
Mercedes-coureur.
Met SM doelt
Russell op de zogeheten Straight Mode, een onderdeel van de actieve
aerodynamica in de 2026-auto’s. In die stand worden de vleugels vlakker gezet
om de luchtweerstand te verlagen, waardoor de auto meer topsnelheid haalt op
rechte stukken. Buiten die zones — bijvoorbeeld in snelle bochtensecties —
ontbreekt dat effect, waardoor verschillen in vermogen en energiegebruik extra
zichtbaar worden.
Russell vindt
technische aanpassingen nodig
Ook op
technisch vlak ziet Russell relatief eenvoudige oplossingen. “Er zijn een
aantal logische ingrepen. Die 350 kilowatt superclip is een no-brainer. Als je
dat weghaalt, voorkom je al veel van de problemen met boosts”, legt hij uit.
“Er zijn ook regels die bepalen hoe snel je het vermogen mag afbouwen. Op
korte rechte stukken is daar simpelweg geen tijd voor, waardoor je die
verschillen houdt.”
Volgens hem
kan de sport met kleine aanpassingen al een grote stap zetten. “Kleine
wijzigingen in de regels kunnen een grote verbetering opleveren voor hoe het
rijden voelt. Deze pauze was een goed moment om dat allemaal door te nemen. De
FIA heeft veel contact gehad met een aantal coureurs en dat werkt goed. Vanuit
technisch oogpunt is de samenwerking beter dan in jaren”, zegt hij.
In hetzelfde
gesprek werd Russell gevraagd naar
Max Verstappen, die na de Grand Prix van
Japan aangaf zijn toekomst te willen overdenken.
Een eventueel vertrek van de
Red Bull Racing-coureur zou de Brit helemaal niet zo vreemd vinden, gezien wat
hij allemaal al heeft bereikt in de sport en Verstappens voorliefde voor
GT3-racen. Toch hoopt hij dat Verstappen blijft, en daarbij gaf hij aan dat het
nu eenmaal minder leuk is om in een auto te rijden waarmee je geen races kan winnen.