Mattia Binotto waarschuwt dat een topteam extra ontwikkelingsmogelijkheden kan krijgen via een systeem dat bedoeld is om achterblijvende motorfabrikanten te helpen. De teambaas van Audi vindt dat de ADUO-regels daardoor niet altijd hun doel bereiken. Daarmee sluit hij zich aan bij Red Bulls kritiek op de uitwerking van het omstreden systeem. De verdeling van die ontwikkelingsruimte via het Additional Development and Upgrade Opportunity-systeem zorgt al maanden voor discussie. Red Bull betwist de beoordeling die zijn eigen verbrandingsmotor als beste aanwees, terwijl concurrenten toestemming kregen om extra verbeteringen door te voeren. Binotto sluit zich aan bij
Laurent Mekies als het gaat om de noodzaak het systeem te verfijnen. Het uitgangspunt achter ADUO blijft volgens hem bruikbaar, maar de toepassing kan beter.
Binotto wijst op oorspronkelijke bedoeling van ADUO
De Audi-topman benadrukt dat het systeem met twee doelen is opgezet. Fabrikanten die de aansluiting missen, moeten een mogelijkheid hebben om terug te komen. Daarnaast moeten de prestatieverschillen tussen de motoren geleidelijk kleiner worden. “Volgens mij heeft Laurent het al benoemd en hebben we deze discussie eerder gevoerd. De regels zijn in de eerste plaats ingevoerd als vangnet voor fabrikanten die duidelijk achterlagen en een inhaalslag moesten maken, zodat zij niet vijf seizoenen lang in een moeilijke situatie vast zouden zitten", legt Binotto uit.
“Het tweede doel was om de onderlinge verschillen te verkleinen. Dat zijn de twee belangrijkste uitgangspunten van de regels: een vangnet en het verkleinen van de verschillen. Als je kijkt naar hoe dit zich heeft ontwikkeld, is het, zoals Laurent volgens mij ook aangaf, nog niet ideaal. Er zijn verfijningen nodig", benadrukt de Italiaan. Zijn bezwaar zit vooral in de mogelijkheid dat extra ontwikkelingsruimte niet het gewenste effect heeft op de onderlinge verhoudingen. "Je kunt in een situatie terechtkomen waarin een topteam ontwikkelingsmogelijkheden krijgt, terwijl dat uiteindelijk niet bijdraagt aan een vangnet of het verkleinen van de verschillen."
Mekies, die in dezelfde persconferentie zat, "weet zeker dat er gesprekken zullen volgen met de FIA en de motorfabrikanten" over het verfijnen van de parameters. Volgens Binotto is dat noodzakelijk. “Hoe we tot betere regels komen, is volgens mij precies het gesprek dat we met de FIA moeten voeren. Het ADUO-concept is nog steeds geldig. De uitwerking moet worden verfijnd", zegt hij.
Red Bull zette eerder vraagtekens bij voordeel Mercedes
Binotto noemt daarbij geen specifiek team, maar zijn opmerkingen sluit aan bij de kritiek die Red Bull eerder uitte. Bij de eerste beoordeling kwam de verbrandingsmotor van Red Bull Ford als maatstaf uit de analyse. Mercedes, Ferrari, Audi en Honda ontvingen vervolgens extra ontwikkelingsmogelijkheden op basis van hun gemeten achterstand. Red Bull kwam daarvoor niet in aanmerking. Mekies' bezwaar richtte zich toen op de beoordeling van de prestaties.
Audi behoort zelf tot de fabrikanten die na de eerste evaluatie extra mogelijkheden kregen. Voor Audi, Ferrari en Honda ging het om twee aanvullende homologaties in 2026 en eveneens twee in 2027. Mercedes kreeg er voor beide jaren één. De tweede beoordelingsperiode leverde geen van de fabrikanten nieuwe ontwikkelingsrechten op - Mercedes stond nog steeds op nummer 2 in de rangorde van de motoren.