Aston Martin heeft het moeilijk in Melbourne doordat problemen met de motor de tijd op de baan sterk beperkt.
De start van het
Formule 1-seizoen 2026 verloopt voor Aston Martin
allesbehalve soepel. De AMR26, die aanvankelijk nog werd geprezen om zijn
innovatieve technische oplossingen, blijkt in de praktijk kwetsbaarder dan
verwacht, met name als het gaat om de power unit. De auto kan nauwelijks
langere runs rijden, omdat vibraties vanuit de motor verschillende onderdelen
beschadigen, vooral de batterij. Ook de coureurs hebben last van die
trillingen, die zelfs tot fysieke klachten kunnen leiden. Het is daarom de
moeite waard om te kijken waar de moeilijke situatie van Aston Martin precies
vandaan komt.
Interessante technische oplossingen, maar AMR26 nog steeds te ‘fragiel’
Toen de AMR26 op 29 januari voor het eerst de baan op ging tijdens de
shakedown in Barcelona, was iedereen met stomheid geslagen door het aantal
technische details en oplossingen dat
Adrian Newey had verwerkt in zijn eerste
auto voor het
F1-team uit Silverstone. Wat aanvankelijk een revolutionaire auto
leek te worden, bleek echter al snel bijzonder kwetsbaar. Tijdens de eerste
testweek in Bahrein had de AMR26 grote moeite om überhaupt de baan op te gaan,
door verschillende problemen met de krachtbron.
Zodra de coureurs langere runs begonnen te rijden, kwam er nog een groot
probleem aan het licht: de auto kampte met sterke vibraties vanuit de motor.
Daardoor vielen onderdelen van de auto af en kregen coureurs na een paar ronden
last van hun zenuwen in handen en voeten. Die vibraties zijn bovendien ook
gevaarlijk voor de motor zelf. De trillingen worden namelijk doorgegeven aan de
batterij, die daardoor beschadigd raakt. Dat dwong het team meerdere keren om
de auto stil te zetten en onderdelen te vervangen.
Alonso in de AMR26 tijdens FP2 in Albert Park - Foto: Race Pictures
Om het probleem te beperken probeerde het team twee verschillende
strategieën. Enerzijds werd het aantal ronden per run beperkt, anderzijds werd
het beschikbare motorvermogen verlaagd om de vibraties te verminderen. Het
resultaat bleef echter dramatisch. De trillingen bleven te hoog voor de
batterij en ook qua prestaties liep de AMR26 ver achter. Tijdens de tests was
de auto ongeveer vier seconden langzamer dan de topteams.
Het Britse Formule 1-team hield de gereden kilometers bovendien bewust
laag, uit angst dat de grote belasting op de onderdelen nog meer schade zou
veroorzaken. “Tijdens de wintertest in Bahrein kregen we te maken met
onverwachte vibraties, die schade veroorzaakten aan batterijgerelateerde
onderdelen van de motor. Daardoor konden we niet het aantal kilometers rijden
dat we oorspronkelijk gepland hadden”, legde Honda-topman Watanabe
donderdag in Melbourne uit.
Terwijl de AMR26 kampt met mechanische problemen, hebben de vibraties ook
grote gevolgen voor de coureurs zelf. Teambaas Adrian Newey beschreef de impact
van die trillingen op de auto en de coureurs als volgt: “De vibraties in het
chassis veroorzaken verschillende betrouwbaarheidsproblemen. Spiegels die
loskomen, achterlichten die eraf vallen, dat soort dingen. Daar moeten we
oplossingen voor vinden.”
Hij vervolgde: “Maar het grootste probleem is dat die vibraties
uiteindelijk ook effect hebben op de vingers van de coureurs. Fernando heeft
het gevoel dat hij niet meer dan 25 ronden achter elkaar kan rijden voordat hij
het risico loopt op blijvende zenuwschade in zijn handen. Lance denkt dat zijn
limiet rond de 15 ronden ligt.”
Problemen worden pijnlijk zichtbaar in Melbourne
Tijdens de eerste twee vrije trainingen van het seizoen verbeterde de
situatie nauwelijks. In VT1 reed
Lance Stroll slechts drie ronden, terwijl
Fernando Alonso helemaal niet de baan op kon door een probleem met de motor. In
VT2 kwamen beide coureurs wel tot een aantal ronden: Alonso reed er 18 en
Stroll 13. De prestaties waren echter opnieuw zeer teleurstellend. Beide Aston
Martins eindigden helemaal achteraan, waarbij de snelste ronde van de Canadees
bijna vijf seconden langzamer was dan de tijd van Oscar Piastri bovenaan de
tijdenlijst.
Dat heeft ook te maken met de extreem conservatieve motorstanden die het
team gebruikt. Aston Martin is bang dat de batterijen in de auto’s van Alonso
en Stroll kapotgaan, terwijl er geen reserve-exemplaren beschikbaar zijn. Als
om wat voor reden dan ook één van de twee batterijen op zaterdag kapotgaat, zou
het team op zondag mogelijk met slechts één auto kunnen racen door het gebrek
aan reserveonderdelen – of zelfs helemaal niet.
De AMR26 van Aston Martin op de baan tijdens de test in Bahrein - Beeld: Race Pictures
Daarom rijdt de AMR26 iedere keer dat hij de baan op gaat met een hoge
brandstoflading, om de vibraties op de batterij te beperken. Dat maakt het
echter nog lastiger voor coureurs en engineers om het echte potentieel van de
auto te begrijpen. Het geheel schetst een duidelijk beeld van de moeilijke
periode waar Aston Martin momenteel doorheen gaat. Op korte termijn kan het
team weinig doen, behalve tijdelijke maatregelen nemen om de problemen te
beperken en de auto überhaupt op de baan te krijgen.
De start van het seizoen 2026 is daarmee bijzonder lastig voor zowel Aston
Martin als partner Honda. Met zulke grote problemen aan het begin van het jaar
ligt de prioriteit voor het team nu vooral bij het begrijpen en oplossen van
deze technische kwesties, in de hoop de rest van het seizoen nog enigszins te
kunnen redden.