David
Coulthard verwacht dat de reglementswijzigingen in Miami impact gaan hebben,
maar waarschuwt tegelijk voor een zichtbaar probleem in de huidige Formule 1. In een exclusief gesprek met GPblog gaat de voormalig F1-coureur er verder op in. In aanloop
naar het raceweekend in Miami ging het onder meer over een opvallende
kwalificatietruc van Mercedes en Red Bull, waarbij beide teams kortstondig het
volledige motorvermogen van 350 kW in één keer zouden hebben benut. Volgens
Coulthard is het niet verrassend dat zulke oplossingen opduiken, maar is het
vooral een kwestie van tijd voordat er wordt ingegrepen. “Als het inderdaad,
zoals ik heb begrepen, een manier is om een maas in de regels te benutten die
niet in de geest van de regels zit, dan is het niet de vraag of het wordt
aangepakt, maar wanneer”, zegt hij.
Hij plaatst
dat in een bredere context, waarin de sport altijd heeft gedraaid om het
opzoeken van grenzen. Daarbij verwijst hij naar het verleden, met een bekend
voorbeeld uit 1978. “Die auto reed één race, won direct en was extreem snel.
Daarna trok het team hem zelf terug, omdat ze wisten dat niemand kon
concurreren en hij toch verboden zou worden”, legt Coulthard uit. Volgens
hem hoort dat bij de sport. “Soms moet je accepteren dat niet elke innovatie
voor de lange termijn is. Voor ontwerpers en coureurs is dat frustrerend, maar
de Formule 1 heeft altijd zo gewerkt: mazen vinden en die worden later weer
dichtgezet.”
Nieuwe regels voor de GP van Miami
Met de
aanpassingen in Miami verschuift de aandacht weer naar het racen zelf.
Coulthard hoopt vooral dat coureurs weer constanter voluit kunnen gaan, zowel
in de kwalificatie als in de race. “Grand Prix-racen heeft altijd een
element van management gehad, of het nu om brandstof, banden of remmen ging”,
zegt hij. Toch ziet hij dat het nu te ver doorslaat. “Ik hoop vooral dat we
niet meer die heel duidelijke en hoorbare terugval in snelheid zien zoals in de
eerste races.”
Volgens de
Schot zit daar een fundamenteel probleem achter. Hoewel de regels voor iedereen
gelijk zijn, voelt het volgens hem alsof de sport zichzelf kunstmatig afremt. “Het
is een beetje alsof je de 100 meter verandert in 110 meter omdat een
meetsysteem dat beter vindt passen bij deze tijd”, stelt hij.
Daarmee raakt
hij aan wat voor hem de essentie van de sport is. “We hebben
referentiepunten nodig om prestaties te begrijpen en te vergelijken.
Uiteindelijk moet een ronde gewoon zo snel mogelijk zijn — de snelste ronde die
een coureur kan rijden. Dat is waar het om draait, en dat is wat mij tevreden
stelt.”