Max Verstappen is kritisch op de motorreglementen voor 2026,
die volgens hem kunstmatig en onnatuurlijk aanvoelen. Zak Brown, de CEO van het
F1-team van McLaren, vertelde in Monaco dat hij hoopt dat de regels omtrent de
motor snel zullen veranderen. Wel geeft hij daarbij de kanttekening dat ze niet
zelf aan tafel zitten bij de gesprekken. “Als we die reglementen interessant vinden, zullen we er
misschien naar kijken. Maar tot die tijd weten wij net zoveel als iedereen over
wat de toekomst mogelijk in petto heeft. Ik denk dat het op dit moment een
afleiding zou zijn om ons met iets anders bezig te houden dan waar we vandaag
staan en waar we in de toekomst naartoe willen”, vertelde de Amerikaan
tegenover GPblog over de motorreglementen.
“Wij vinden dat deze reglementen nog verder moeten worden
ontwikkeld. Volgens mij is iedereen het erover eens dat er nog veranderingen
nodig zijn om de sport nóg beter te maken.”
Waarom Verstappen deze wijzigingen wil
De motorreglementen voor 2026 in de
Formule 1 zorgden voor
een van de grootste technische veranderingen in jaren. De belangrijkste
wijziging was de overstap naar een bijna 50/50-verdeling tussen
verbrandingsmotor en elektrische energie, bedoeld om de sport duurzamer te
maken en fabrikanten aan te trekken. Er worden nu gesprekken gevoerd om dit te
veranderen naar een 60/40-verhouding. Dat zou Verstappen wel zien zitten, maar
het team van Audi weer niet.
Nico Hülkenberg, die voor het Audi-fabrieksteam rijdt,
bevindt zich daarmee in een opvallende positie: hij is persoonlijk open voor de
wijziging, maar nuanceert meteen hoe ingewikkeld de weg ernaar toe is. Het is
duidelijk waarom Verstappen de regelwijziging wil zien. De huidige
hybride-architectuur maakt de auto's te complex, te zwaar en te afhankelijk van
energiebeheer dat rijders beperkt in hun mogelijkheden om te racen, volgens hem.
Brown doet beroep op Formule 1-kopstukken
Volgens Brown moeten de kopstukken dan wel goed gaan
samenwerken. “Mensen moeten hun persoonlijke belangen aan de kant zetten. Niet
denken aan wat volgens hen de competitie meer of minder spannend maakt, maar
samenwerken. Ik denk dat er brede overeenstemming bestaat dat er nog
wijzigingen moeten komen. Dat stemt mij positief.”
“Vervolgens zal er natuurlijk discussie ontstaan over welke
wijzigingen dat precies moeten zijn. Maar ik ben optimistisch dat die
veranderingen er zullen komen. Het zou jammer zijn als we de sport niet verder
blijven verbeteren terwijl we daar wel de kans voor hebben”, vertelde Brown.