Marc Marquez en Francesco Bagnaia geven ieder een andere
verklaring voor de moeizame start van Ducati in 2026. Marquez wijst vooral naar zichzelf en stelt dat de motor niet het probleem is. De fabrieksteamcoureurs staan na drie MotoGP-weekenden nog zonder
podium op zondag, terwijl Aprilia alle Grands Prix tot nu toe wist te winnen. Marquez
wist nog een eerste en tweede plaats te bemachtigen en Bagnaia een tweede
plaats, maar op zondag komt Ducati duidelijk tekort. Fabio Di Giannantonio
presteert bovendien regelmatig beter dan de coureurs van het fabrieksteam.
Bagnaia wijst na de race in Austin vooral naar de bandenproblemen.
“In de laatste ronden had ik nergens grip meer. Zelfs in de warm-up merkte
ik al dat de motor zwaarder aanvoelde. In de eerste ronden deed ik het rustig
aan, maar in de laatste acht zag ik een enorme terugval in bandenslijtage. En
in de laatste twee ronden ging ik bijna een paar keer onderuit; de achterband
was helemaal op”, zegt hij. “Ik kan de rechterbochten niet insturen
omdat ik de achterkant verlies. Met deze motor moeten we insturen via de
achterband, en dat vernietigt de banden.”
Marquez steekt hand in eigen boezem
Marc Marquez kijkt juist naar zichzelf en niet naar de motor. “Het ligt aan mij, niet aan de motor”, zegt hij over de problemen met de GP26. De
Spanjaard merkt dat hij zich nog niet comfortabel voelt op de Ducati van 2026. “Ik
moet echt begrijpen hoe ik de eerste ronden kan verbeteren. Ik voel me niet
comfortabel op de motor. Het lijkt alsof ik me aanpas aan een houding die niet
natuurlijk is, en dan rijd ik gewoon mee. Ik ben nog steeds snel, maar ik kan
het verschil niet maken”, aldus de regerend wereldkampioen.
Volg jij MotoGP op social media? Volg dan nu ook GPblog
op Facebook, Instagram en TikTok om op de hoogte te
blijven van het laatste MotoGP-nieuws.