McLaren-teambaas Andrea Stella laat na de Grand Prix
van Australië doorschemeren dat klantenteams van Mercedes mogelijk niet
dezelfde hoeveelheid informatie krijgen als het fabrieksteam zelf.
Na de openingsrace van het seizoen werd Stella
gevraagd naar de opvallende voorsprong van Mercedes. Het team domineerde in
Melbourne, terwijl klantenteams zoals McLaren nog zoeken naar de juiste manier
om de nieuwe krachtbron te benutten. Volgens de Italiaan lijkt Mercedes
duidelijk beter te begrijpen hoe de nieuwe krachtbron optimaal gebruikt kan
worden, terwijl McLaren nog bezig is dat volledig te doorgronden.
Volgens Stella wijst de analyse van McLaren erop dat
er simpelweg nog meer uit de motor te halen valt.
“We hebben veel tijd
besteed aan het bekijken van verschillende overlays, niet alleen met de
HPP-teams — in het bijzonder Mercedes — maar ook met andere concurrenten,”
legt hij uit.
“En de conclusie van die analyse lijkt erop te wijzen dat wij
als team werk te doen hebben, samen met onze HPP-engineers. We moeten beter
leren hoe we het potentieel van de motor kunnen benutten.” Deelt Mercedes wel alle informatie met klantenteams?
Wanneer Stella kijkt naar wat Mercedes uit dezelfde
motor haalt, vermoedt hij dat er nog meer mogelijk is dan McLaren momenteel
weet te vinden.
“Als ik zie wat voor potentieel HPP eruit weet te halen, dan
lijkt het alsof er nog meer beschikbaar is,” zegt hij.
“Alleen is het
niet zo duidelijk hoe je dat precies doet. Voor ons is het een traject van
kennis opbouwen — waarschijnlijk, of beter gezegd zeker een traject dat eerder
in de ontwikkeling zit dan bij het fabrieksteam. Het fabrieksteam en HPP werken
al lang samen en hebben dus uitgebreid besproken hoe je de krachtbron moet
gebruiken. Dat is logisch.”
Tegelijkertijd lijkt Stella te suggereren dat McLaren niet
altijd vooraf de informatie krijgt die nodig is om precies te weten wat de auto
gaat doen. "
De discussie met HPP
over meer informatie loopt al weken,” vertelt hij.
“Zelfs
tijdens de tests gingen we eigenlijk de baan op, reden we met de auto, keken we
naar de data en zeiden we: ‘Oké, dit is wat we hebben. Goed, laten we reageren
op wat we hebben.’ Maar zo werk je niet in de Formule 1.”
Normaal gesproken, legt Stella uit, weten teams vooraf
al vrij precies wat er op het circuit gaat gebeuren.
“In de Formule 1
simuleer je wat er op de baan gebeurt. Je weet wat er gaat gebeuren. Je weet
wat je programmeert. Je weet hoe de auto zich zal gedragen. En je hebt ook
plannen over hoe je hem gaat ontwikkelen, omdat je weet wat je van de auto
verwacht.”
Voor de McLaren-teambaas is het een
uitzonderlijke situatie.
“In mijn ervaring is dit de eerste
keer sinds 2003 dat we het gevoel hebben dat we niet eens goed kunnen voorspellen hoe de
auto zich zal gedragen en ook niet goed kunnen anticiperen hoe we hem kunnen
verbeteren.”Dat probleem wordt volgens hem nog versterkt door hoe
gevoelig de nieuwe generatie power units is voor kleine aanpassingen. “Er is
nog een factor die helpt te begrijpen wat voor soort Formule 1 we nu hebben,”
zegt Stella. “Alles is extreem gevoelig. Daarom zijn de tools zo belangrijk.
Je verandert bijvoorbeeld hoeveel lift-and-coast je doet voor bocht één en dat
beïnvloedt de energie-inzet over de hele ronde. Dat legt ook druk op de
coureurs wanneer ze de batterij moeten optimaliseren, want dat is nu een
fundamenteel onderdeel van het rijden van een Formule 1-auto — je rijdt in
feite de batterij.”
Volgens Stella maakt dat de afhankelijkheid van
simulaties en analysetools groter dan ooit. “Vorig jaar was alles rustiger
wat betreft het gedrag van de power unit en de inzet van elektrische energie.
We hadden de tools wel, maar we waren er minder afhankelijk van. Nu draait het
eigenlijk volledig om die tools, omdat een kleine verandering op één plek iets
veel groters ergens anders op de ronde kan beïnvloeden — en dat is moeilijk te
voorspellen.”