Nyck de Vries en Robin Frijns wachten zondag tijdens de 6 uur van Imola een inhaalrace. Het tweetal start de wedstrijd in de middenmoot van het hypercar-veld, met verschillende verwachtingen voor de eerste WEC-race van het seizoen. Nyck de Vries zag tijdens de hyperpole hoe zijn ploeggenoot Ryo Hirakawa in de zuster-Toyota lang op weg leek naar een verrassende pole.
Pas in de allerlaatste seconde van de sessie ging Ferrari er onderdoor. Ondertussen kwam De Vries tot de zesde tijd.
Dat zorgde voor vooral realisme bij de Nederlander, in gesprek met GPblog. “We zitten er het hele weekend redelijk bij, rond de top vijf. Waar we kwalificeerden (zevende, red.) was een beetje onze positie. Ik heb het hele weekend nog niet op soft gereden en de hyperpole rijd je daarop. Dat ik dat soft voor ons niet echt optimaal is. Voor ons was dit het maximaal haalbare.”
Dat de andere Toyota een kans op de pole had, schrijft De Vries toe ‘aan iets andere keuzes’. "Ik denk dat zij verrast waren over wat ze konden doen op de soft.”
Zes uur duurt de race zondag, waarbij er regen wordt verwacht. “Ik zou wel graag regen willen zien. Volgens mij waren we sterk in ietwat natte condities tijdens de test. Ik zou het niet erg vinden. Ik hoop dat we morgen in de top vijf kunnen finishen”, aldus De Vries.
Frijns had er meer van verwacht
Met zijn BMW kwalificeerde Robin Frijns zich drie plekken achter De Vries. “Voor het weekend startte, hadden we hiervan wel wat meer verwacht”, legt hij aan GPblog uit. “Als we naar het resultaat kijken - P9, P10 - dan is het eigenlijk het maximale dat we kunnen doen. Dat is momenteel onze pace.”
De Limburgse coureur heeft eveneens begrepen dat er mogelijk regen komt zondag. Of dat hem helpt? “Gezien de resultaten van vroeger, zou ik zeggen van ‘nee’. In de regen van Austin waren we echt langzaam. Maar we hebben in de morgen van de proloog in de regen gereden, en toen waren we eigenlijk heel erg snel op slicks. Het is ook een beetje overleven."
“Als het regent heeft bijvoorbeeld Cadillac wat moeite om de banden op te waren, en dan hebben zij meer moeite als ons. Zulke dingen weten we wel. We kunnen wel wat naar voren gaan. Maar om te zeggen dat we het podium oprijden? Nee.”