Elke F1-wereldkampioen die een grote endurance-race won
Een zege zat
er voor Max Verstappen niet in bij zijn debuut in de
24 uur van de Nürburgring, maar zijn
endurance-ambitie blijft onverminderd. De viervoudig
Formule 1-wereldkampioen
wil de grote enduranceklassiekers veroveren, en dat is een van de moeilijkste
dubbels in de autosport. In de geschiedenis lukte het maar een handvol coureurs
om zowel de
F1-wereldtitel als een grote endurancerace te winnen: vijf
F1-kampioenen wonnen de 24 uur van Le Mans, en Niki Lauda voegde daar een
zege
in de 24 uur van de Nürburgring aan toe. Het is het selecte rijtje waar
Verstappen zich ooit bij hoopt te voegen.
Een van de
moeilijkste dubbels in de autosport
Formule 1 en
endurance-racen zijn bijna elkaars tegenpolen. F1 draait om een sprint van
anderhalf uur in een single-seater die volledig om één coureur is gebouwd.
Endurance-racen draait om uithoudingsvermogen, het delen van een auto met
meerdere coureurs en het managen van materiaal over vele uren. Dat een coureur
in beide werelden op het hoogste niveau wint, is daarom zeldzaam. In de meer
dan zeventig jaar dat het Formule 1-wereldkampioenschap bestaat, lukte de
combinatie met een
grote endurancezege slechts een enkele keer.Mike
Hawthorn: de eerste
De Brit Mike
Hawthorn was de eerste coureur die beide prestaties combineerde. Zijn Le
Mans-zege kwam in 1955 met Jaguar, drie jaar voordat hij in 1958 de eerste
Britse Formule 1-wereldkampioen werd. Zijn Le Mans-overwinning werd
overschaduwd door de zwaarste ramp uit de autosportgeschiedenis, waarbij in
datzelfde jaar tientallen toeschouwers omkwamen. Hawthorn won eerst Le Mans en
daarna de F1-titel, een volgorde die in die tijd niet ongewoon was.
Phil Hill:
de meester van Le Mans
De Amerikaan
Phil Hill was de succesvolste Le Mans-coureur van dit rijtje. Hij won de race
drie keer met Ferrari: in 1958, 1961 en 1962. Uitgerekend in 1961, het jaar van
zijn tweede Le Mans-zege, werd Hill ook Formule 1-wereldkampioen, als eerste
Amerikaan ooit. Hill nam in zijn loopbaan veertien keer deel aan Le Mans, een
teken van hoe sterk endurance-racen verweven was met de carrières van coureurs
uit dat tijdperk.
Niki
Lauda: de kampioen die de Groene Hel bedwong
Niki Lauda
staat vooral bekend om zijn drie Formule 1-wereldtitels en om zijn dramatische
ongeluk op de Nürburgring
Nordschleife in 1976. Maar drie jaar daarvoor, in
1973, won Lauda juist op dat circuit: samen met Hans-Peter Joisten zegevierde
hij in een BMW in de 24 uur van de Nürburgring. Daarmee is Lauda de enige
F1-wereldkampioen die de beruchte 24-uursrace op de Nordschleife op zijn naam
heeft staan. Het maakt zijn relatie met dat circuit extra bijzonder: hij won er
een van de zwaarste endurance-races ter wereld én overleefde er later
ternauwernood het ongeluk dat zijn carrière tekende. Dat uitgerekend Max
Verstappen dit weekend zijn 24-uursdebuut op datzelfde circuit maakte, geeft
Lauda's prestatie opnieuw extra lading.
Jochen
Rindt: de enige postume kampioen
De
Oostenrijker Jochen Rindt won Le Mans in 1965, samen met Masten Gregory in een
Ferrari 250 LM, met een dominante voorsprong van vijf ronden. Vijf jaar later,
in 1970, werd Rindt Formule 1-wereldkampioen, maar hij maakte dat zelf niet
meer mee. Rindt verongelukte tijdens een training voor de Grand Prix van Italië
en kreeg de titel postuum toegekend, omdat zijn voorsprong in het kampioenschap
niet meer ingehaald kon worden. Hij blijft de enige postume wereldkampioen in
de geschiedenis van de Formule 1.
Graham Hill: de enige Triple Crown-winnaar
Graham Hill
is de bekendste naam in dit rijtje, en niet zonder reden: hij is de enige
coureur ooit die de Triple Crown of Motorsport voltooide: de Grand Prix van
Monaco, de Indianapolis 500 én de 24 uur van Le Mans. Hill werd Formule
1-wereldkampioen in 1962 en 1968, won de Indy 500 in 1966 en completeerde de
Triple Crown pas in 1972 met zijn Le Mans-zege, samen met Henri Pescarolo in
een Matra-Simca. Het was zijn tiende deelname aan Le Mans; ruim een halve eeuw
later is hij nog altijd de enige die de Triple Crown volledig op zijn naam
heeft staan.
Fernando
Alonso: de moderne uitzondering
Na Graham
Hill duurde het 46 jaar voordat een nieuwe naam aan het Le Mans-rijtje werd
toegevoegd. Fernando Alonso, tweevoudig Formule 1-wereldkampioen in 2005 en
2006, won Le Mans twee keer op rij, in 2018 en 2019, met Toyota samen met
Sébastien Buemi en Kazuki Nakajima. Alonso sprak openlijk de ambitie uit om ook
de Indianapolis 500 te winnen en zo de Triple Crown te voltooien, maar dat is
hem tot nu toe niet gelukt. Hij blijft voorlopig de laatste coureur die een
F1-titel combineerde met een Le Mans-zege.
Endurance-grootheden
zonder F1-titel
Buiten dit
exclusieve groepje wonnen ook diverse F1-coureurs zonder wereldtitel grote
endurance-races. Het bekendste recente voorbeeld is Nico Hülkenberg, die in
2015 bij zijn enige Le Mans-deelname meteen won met Porsche, terwijl hij gewoon
actief was in de Formule 1. De succesvolste coureur over beide disciplines is
Jacky Ickx, die acht Grands Prix won en zes keer zegevierde in Le Mans zonder
ooit F1-wereldkampioen te worden. Het laat zien dat de overstap mogelijk is,
maar dat de combinatie van een wereldtitel én een enduranceklassieker extreem
zeldzaam blijft.
Een zege
zat er voor Verstappen op de Nürburgring
ditmaal niet in, maar zijn endurance-missie
is duidelijk pas begonnen. De viervoudig wereldkampioen heeft herhaaldelijk
gezegd Le Mans te willen rijden, en Ford bevestigde al dat er gesprekken lopen
over een toekomstige deelname met het Hypercar-programma van het merk. Lukt het
Verstappen ooit Le Mans te winnen, dan voegt hij zich bij Hawthorn, Phil Hill,
Rindt, Graham Hill en Alonso. Omdat hij Monaco al won, zou zelfs de
legendarische Triple Crown binnen bereik komen. En mocht hij ooit alsnog de 24
uur van de Nürburgring winnen, dan treedt hij in de voetsporen van Niki Lauda.
Verstappen
hoopt het rijtje ooit aan te vullen via Le Mans of een nieuwe poging op de
Nürburgring.