De
Mercedes-coureur meldde al vroeg in de sessie dat zijn auto
niet goed aanvoelde.
"Er klopt iets niet. Ik heb heel veel
overstuur", gaf hij door via de boardradio. Vanuit het team werd
daarop gewezen naar temperatuurverschillen.
"We zien dat de
oppervlaktetemperaturen uit balans zijn", kreeg Russell te horen,
waarna hij zelf een duidelijke conclusie trok.
"Heel vreemd… het voelt
aerodynamisch, alsof ik geen achterkant heb", aldus de Brit.
Die problemen waren ook zichtbaar in de tijden. Na zijn eerste run
stond Russell slechts zevende, op zes tienden van teamgenoot Kimi Antonelli,
die op dat moment de snelste tijd in handen had. In zijn tweede run wist
Russell zich echter te herpakken. Hij reed naar de tweede tijd, op een halve
tiende van Charles Leclerc en een tiende sneller dan Antonelli, waarmee hij
zich alsnog vooraan meldde.
Toch voelde het ook in Q2 niet goed voor Russell. Opnieuw leek hij niet comfortabel in zijn auto en meldde hij zich op de boardradio van Mercedes. "Ik denk dat we iets over het hoofd zien. We zouden niet zoveel snelheid moeten verliezen. Kijk overal nog eens goed naar", aldus Russell.