Robin Frijns voelt zich niet zoals Max Verstappen als een vis in het water in een GT3-bolide. In de aanloop naar de 24 uur van de Nürburgring legt hij uit waarom dit type auto's eigenlijk niet bij zijn rijstijl past. Afgelopen weekend vierde Robin Frijns één van de grootste successen in de autosport. De Nederlander won op het circuit van Spa-Francorchamps de wedstrijd in het World Endurance Championship (WEC). Komend weekend wacht de Limburger een totaal andere uitdaging, als hij deelneemt aan de 24 uur van de Nürburgring. Niet zoals afgelopen zaterdag in een hypercar, maar in een GT-wagen van BMW.
Frijns heeft liever veel downforce
Weliswaar was Frijns tijdens NLS2 - de laatste race die hij reed op de Nordschleife - de beste, met een overwinning tijdens de 24 uur
houdt de Nederlander geen rekening. Zin heeft Frijns in elk geval in de wedstrijd, maar hij stapt anders in zijn wagen dan Max Verstappen doet. Zijn provinciegenoot lijkt gemaakt voor het racen in een GT-bolide, Frijns heeft dat iets minder.
"Ik heb bij GT3, dat heb ik altijd wel gehad, niet echt het gevoel dat het mijn auto was", laat Frijns weten tijdens een exclusief gesprek met GPblog. "Ik ben wel competitief erin, maar hoe meer downforce op de auto, des te beter ik me voel."
"Dat is eigenlijk mijn regel geweest in al die jaren in de autosport. Ook toen ik van twee liters naar de world series en de Formule 1 ging. Ik voelde me altijd heel erg op mijn gemak en ik voelde mezelf heel erg snel. En dan ga je naar GT3, waarin je weinig downforce hebt", legt de Nederlander het verschil uit.
Frijns heeft wél plezier in de GT-auto van BMW
Begrijp Frijns daarbij niet verkeerd. Hij stapt deze week zeker niet met tegenzin in de BMW, op weg naar wellicht glorie. "Ik zeg niet dat het niet leuk is, maar het is gewoon niet mijn natuurlijk stijl van rijden."
Komend weekend rijdt Robin Frijns de 24 uur van de Nürburgring met als teamgenoten Marco Wittmann, Phillipp Eng en Charles Weerts. Dat doet hij met Schubert Motorsport in de #77 BMW M4 GT3 Evo.