Aston Martin heeft het gevoel met de slechte AMR26 van Fernando Alonso en Lance Stroll in een totaal andere klasse dan de Formule 1 te rijden. Maar er gloort (wellicht) hoop: Over enkele weken introduceert het Britse team een volledig nieuwe bolide. Na voor de zoveelste keer gevraagd te zijn naar hoe slecht de bolide van Aston Martin is, leek Fernando Alonso er afgelopen weekend even klaar mee.
“We weten dat we de slechtste auto hebben en de slechtste motor. Daar zijn we het hele seizoen duidelijk over geweest”, vertelde Spanjaard tegen onder andere
GPblog.
“Over twee weken zijn we in Oostenrijk en zullen we waarschijnlijk opnieuw achteraan kwalificeren. Dan ga je mij opnieuw vragen of bepaalde zwakke punten van de auto zijn blootgelegd. Die zwakke punten kennen we al. We weten waar we aan moeten werken en daar zijn we mee bezig.”
In Zandvoort een nieuwe Aston Martin
Terwijl Fernando Alonso in Barcelona zijn irritatie liet merken, zal in Silverstone Adrian Newey zich opnieuw hebben gebogen over zijn grote tekenbord. Al maandenlang werkt de voormalig ontwerper van Red Bull Racing in stilte aan een betere versie van de AMR26, die waarschijnlijk direct na de zomerstop op het circuit te zien is.
GPblog begrijpt dat het om een b-spec gaat, dus feitelijk een volledig nieuwe wagen die in principe in Zandvoort het levenslicht ziet. Of die gaat brengen waarop wordt gehoopt? Het zal moeten blijken. Het is namelijk een feit dat de eerste AMR26 een eerste bolide is waar de doorgaans terecht geprezen Adrian Newey een verkeerde afslag heeft genomen. Aan de gelauwerde ontwerper nu de kans om het recht te breien. Als iemand dat kan, zou het Newey moeten zijn.
Tot die tijd probeert Aston Martin er het beste van te maken. Meer dan achteraan meehobbelen lijkt niet mogelijk, ook met de vele betrouwbaarheidsproblemen die Aston Martin en motorleverancier Honda teisteren.
“Je leert altijd nieuwe dingen, hoe gek het ook klinkt als je op drie tot vier seconden achterstand rijdt”, zei Chief Trackside Officer
Mike Krack tegen onder andere
GPblog.
“Het lijkt alsof je in een andere klasse rijdt, maar je leert er nog steeds veel van.”“Ik denk dat we veel hebben geleerd over hoe we onze processen moeten aanpassen om er het maximale uit te halen. Er zijn een paar kleine positieve punten, hoewel die moeilijk te zien zijn. De pitstop die we hebben gemaakt was erg goed. En we moeten hiermee verder werken en proberen op alle andere gebieden te verbeteren”, aldus Krack.