Williams

Robert Kubica George Russell

Williams 

Afgezakt naar de laatste twee plaatsen op de grid, is het huidige Williams slechts een vage schim van het ooit zo succesvolle team. Met weglopende sponsoren en het gebrek aan technische kopstukken is het de vraag of men in 2020 wel kan verwachten dat Williams een stap vooruit maakt?

Team NaamWilliams
BasisGrove, Groot-Brittannië
Team LeiderClaire Williams
Technische LeiderPatrick Head
MotorMercedes
Naam van de autoFW43
Aantal wereldtitels9

 

Wie rijden er voor Williams in de Formule 1?

Net als in 2019, zal ook in 2020 George Russell plaatsnemen in de Williams. De Brit was met afstand de sterkste coureur van het team tijdens de campagne in 2019, maar punten kwamen er niet op het palmares van de Brit. In 2020 is dat ook niet te verwachten en de vraag is of hij dit jaar wel wordt uitgedaagd door zijn teamgenoot.

Naast Russell neemt namelijk de Canadese Nicholas Latifi plaats. De zoon van miljardair Michael Latifi heeft zijn plek in de sport vooral te danken aan de financiën van zijn vader en Williams kan de centen goed gebruiken. Een blik op de CV van Latifi zegt echter genoeg: Die zal Russell niet in de problemen brengen. Williams heeft echter het geld nodig, want afstappen van de eigen idealen in de engineering is geen optie.

Driemaal scheepsrecht

Twee onsuccesvolle pogingen om een Formule 1-team van de grond te krijgen zijn voor Sir Frank Williams niet genoeg om de handdoek in de ring te gooien. De Brit slaat in 1977 de handen ineen met Patrick Head en verschijnt aan de start van de GP van Spanje met een klantenwagen. 

Daarmee worden niet al te beste resultaten behaald, waarna Williams zelf aan de bak gaat om een eigen auto op de grid te krijgen. Met de FW06 pakt coureur Alan Jones tijdens de Grand Prix van Zuid Afrika in 1978 de eerste punten door als vierde te eindigen. En vanaf dat moment raakt alles in een stroomversnelling.

Met de V8 van Ford achterin stormt Williams in 1979 door naar de tweede plaats bij de constructeurs en pakt Alan Jones vier overwinningen. Eén jaar later is de Australiër wereldkampioen en staat Williams bovenaan bij de constructeurs. De constructeurstitel wordt in 1981 weer behaald, maar deze keer is het Nelson Piquet die Jones aftroeft in het coureurskampioenschap. Het laatste jaar dat de Aussie in de Williams zou rijden wordt afgesloten met een derde plaats.

Motorwissel

Ondanks het pakken van de titel met Keke Rosberg (vader van de 2016-kampioen Nico Rosberg), bracht 1982 weinig goeds voor Williams. De resultaten werden beduidend minder en boosdoener is het verhaal leek de V8 van Ford te zijn. De overstap naar krachtbronnen van Honda (V6-blokken met turbo) begon vanaf 1985 weer vruchten af te werpen en in 1986 en 1987 kwamen de constructeurstitels weer op naam van Williams te staan. Nelson Piquet won net als in ’81 het kampioenschap, maar deze keer in dienst van Williams.

De Honda bracht de nodige successen, maar de Japanse fabrikant brak na het succes van 1987 toch met Williams. Eén jaar moest het Britse team uitzingen met een op de kop getikte V8 (zonder turbo), alvorens het een motor van Renault kreeg. Races werden weer gewonnen en in 1992 begon een dominant tijdperk voor Williams met dank aan onder andere een actieve wielophanging. Nigel Mansell won de titel voor de Britten, het jaar daarna Alain Prost. 

Drie jaar op rij hengelde Williams ook de constructeurstitel binnen met 1995 als enige uitzondering: een succesjaar voor Benetton. In 1996 en 1997 was het weer Williams dat aan het langste eind trok, met ook de kampioenschappen voor Damon Hill en Jacques Villeneuve op zak. De nasmaak van de fatale crash van Ayrton Senna in 1994 is daarmee weg gewassen bij Williams.

Begin van de ellende

Vertrekt het meesterbrein achter de auto, in dit geval Adrian Newey, dan is dat een groot probleem. Combineer het met het eveneens doen van een stapje terug van de motorleverancier en je hebt een ramp. Williams krijgt in 1998 beide tegenslagen te verwerken (Newey stapt over naar concurrent McLaren en bezorgt daar successen) en moet een paar jaar uitzingen met afgedankte motoren. 

Pas in 2000 krijgt het weer een fatsoenlijke krachtbron, deze keer die van BMW. Met Juan Pablo Montoya en Ralf Schumacher achter het stuur begonnen de resultaten vanaf 2001 langzaamaan te verbeteren. De betrouwbaarheid van de FW32 was alleen ver te zoeken, maar kon zo nu en dan worden gecompenseerd met de snelheid van de BMW-motor. 

Vanaf 2004 begint het moddergooien tussen BMW en Williams, met beide partijen bewerend dat de andere te weinig naar de tafel brengt. Ondanks een lopend contract tussen BMW en Williams tot na het 2009-seizoen, stapt het team in 2006 over naar motoren van Cosworth. Nico Rosberg wordt op de plek van Nick Heidfeld gezet en Mark Webber blijft nog een jaartje bij Williams zitten. Een jaar met wederom alleen maar tegenslagen, waardoor de krachtbron achterin de Williams na één jaar alweer werd vervangen.

Pas met de overstap naar motoren van Mercedes in 2014 (het hybride V6-tijdperk) lijken de resultaten weer te verbeteren. Felipe Massa en Valtteri Bottas staan weer zo nu en dan op het podium (de overwinning van Pastor Maldonado in 2012 is tot dan toe de enige in de laatste vijf jaar geweest) en het team eindigt als derde in het kampioenschap. Lang kan er niet van worden genoten, nadat de FW38 in 2016 slechts goed genoeg is voor P5. 

Bottas wordt één jaar later ingeruild voor Lance Stroll en hoewel dezelfde P5 wordt behaald in het kampioenschap, is dat deze keer met slechts 83 punten achter de naam van Williams. De FW40 wordt nauwelijks verbeterd, waardoor het 2018-seizoen het pijnlijkste jaar van Williams ooit zal worden. Slechts zeven punten worden bij elkaar gesprokkeld door Sergey Sirotkin en Lance Stroll.

Sergey Sirotkin en Lance Stroll verdwijnen bij Williams, met eerstgenoemde zelfs volledig uit de Formule 1. Op de plaats van de twee vertrekkende racers komen Robert Kubica en George Russell te zitten. Russell maakt als Mercedes-junior zijn eerste kilometers in een Grand Prix alvorens de stap naar het fabrieksteam zal worden gezet, Kubica keert na jaren van afwezigheid weer terug om zichzelf te bewijzen.

Williams blijkt echter nog verder te kunnen zinken, want in 2020 weet het met Kubica en Russell maar één punt te scoren en is het oprechte veldvulling. De enige wagens die de coureurs van Williams zien zijn de wagens die hun een ronde inhalen en met vertrekkende sponsoren lijkt er nog geen licht aan het eind van de tunnel.

Williams in 2020

Met de miljoenen van Michael Latifi is er misschien weer het één en ander mogelijk bij het team uit Grove, maar het is duidelijk dat Claire Williams nog steeds geen stabiele organisatie heeft kunnen opbouwen. De renstal brokkelt steeds verder af en wordt op die manier steeds meer afhankelijk van de pay-drivers.

Daarnaast is de grote regelwijziging van 2021 de grote kans voor Williams om op nul te beginnen en het gat met de concurrentie te dichten. Het zal dan ook weinig tijd stoppen in het 2020-seizoen. Het gebrek aan (financiële) middelen noopt Williams tot keuzes: Gokken op 2020 of beginnen met een schone lei in 2021. De beste keuze lijkt toch heel logisch?

Met welke motor rijdt Williams in de Formule 1?

Williams maakt gebruik van de motor van Mercedes, maar bouwt het merendeel van alle andere onderdelen zelf. De Britse renstal heeft de mogelijkheid om meer elementen in te kopen bij Mercedes, maar maakt daar geen gebruik van. Onder het mom ‘wij zijn een constructeur’. Een aanpak die de laatste jaren niet echt geweldig lijkt te werken.

Lees meer Lees minder

Williams Nieuws

Je wordt uitgelogd en doorgestuurd naar de homepage