Williams

Robert Kubica George Russell

Williams

Afgezakt naar de laatste twee plaatsen op de grid, is het huidige Williams slechts een vage schim van het ooit zo succesvolle team. Met twee nieuwe coureurs aan boord maar een aantal knappe technische koppen minder, moet in 2019 het begin worden gemaakt aan het weer op de rails krijgen van de Britse renstal. 

Team NaamWilliams
BasisGrove, Groot-Brittannië
Team LeiderClaire Williams
Technische LeiderPaddy Lowe
MotorMercedes
Naam van de autoFW42
Aantal wereldtitels9

Wie rijden er voor Williams in de Formule 1?

Robert Kubica en George Russell zullen het rijdersduo vormen voor Williams in 2019. Russell als Mercedes-junior, Kubica als terugkerende racer na jaren van afwezigheid. Sergey Sirotkin houdt het na één jaar voor gezien (aangezien zijn sponsoren te weinig progressie vanuit Williams zagen) en Lance Stroll gaat met zijn vader mee naar Racing Point F1.

Driemaal scheepsrecht

Twee onsuccesvolle pogingen om een Formule 1-team van de grond te krijgen zijn voor Sir Frank Williams niet genoeg om de handdoek in de ring te gooien. De Brit slaat in 1977 de handen ineen met Patrick Head en verschijnt aan de start van de GP van Spanje met een klantenwagen. Daarmee worden niet al te beste resultaten behaald, waarna Williams zelf aan de bak gaat om een eigen auto op de grid te krijgen. Met de FW06 pakt coureur Alan Jones tijdens de Grand Prix van Zuid Afrika in 1987 de eerste punten door als vierde te eindigen. En vanaf dat moment raakt alles in een stroomversnelling.

Met de V8 van Ford achterin stormt Williams in 1979 door naar de tweede plaats bij de constructeurs en pakt Alan Jones vier overwinningen. Eén jaar later is de Australiër wereldkampioen en staat Williams bovenaan bij de constructeurs. De constructeurstitel wordt in 1981 weer behaald, maar deze keer is het Nelson Piquet die Jones aftroeft in het coureurskampioenschap. Het laatste jaar dat de Aussie in de Williams zou rijden wordt afgesloten met een derde plaats.

Motorwissel

Ondanks het pakken van de titel met Keke Rosberg (vader van de 2016-kampioen Nico Rosberg), bracht 1982 weinig goeds voor Williams. De resultaten werden beduidend minder en boosdoener is het verhaal leek de V8 van Ford te zijn. De overstap naar krachtbronnen van Honda (V6-blokken met turbo) begon vanaf 1985 weer vruchten af te werpen en in 1986 en 1987 kwamen de constructeurstitels weer op naam van Williams te staan. Nelson Piquet won net als in ’81 het kampioenschap, maar deze keer in dienst van Williams.

De Honda bracht de nodige successen, maar de Japanse fabrikant brak na het succes van 1987 toch met Williams. Eén jaar moest het Britse team uitzingen met een op de kop getikte V8 (zonder turbo), alvorens het een motor van Renault kreeg. Races werden weer gewonnen en in 1992 begon een dominant tijdperk voor Williams met dank aan onder andere een actieve wielophanging. Nigel Mansell won de titel voor de Britten, het jaar daarna Alain Prost. Drie jaar op rij hengelde Williams ook de constructeurstitel binnen met 1995 als enige uitzondering: een succesjaar voor Benetton. In 1996 en 1997 was het weer Williams dat aan het langste eind trok, met ook de kampioenschappen

 

 

Lees meer Lees minder

Williams Nieuws

Je wordt uitgelogd en doorgestuurd naar de homepage