F1 Nieuws

Sponsordeals die voor ophef zorgden in de Formule 1

De meest vreemde sponsordeals ooit: Williams in illuster rijtje

8 april om 12:26
Laatste update: 8 april om 15:10

Ooit waren ROKiT en Williams F1 partners. Van de wederzijdse liefde is niets meer over. Nadat het F1-team eerder zijn voormalige hoofdsponsor voor de rechter daagde (en gelijk kreeg), is het nu de beurt aan ROKiT om hetzelfde te doen met Williams. Liefst 149 miljoen dollar eist het Amerikaanse bedrijf vanwege reputatieschade. Daarmee is ROKiT de volgende sponsor die voor ophef in de Formule 1 zorgt.

Durex (Surtees)


Veiligheid staat hoog in het vaandel in de Formule 1. Althans, tegenwoordig. Eind jaren zeventig was veiligheid niet echt een issue. Zelfs als het ging om de veiligheid van de F1-fans overal ter wereld.

Het behoort tot de meest legendarische sponsordeals ooit in de Formule 1: in 1976 besloot het condoommerk Durex sponsor te worden van Surtees. De legendarische BBC-commentator Murray Walker vond het ‘totaal onacceptabel’, omdat de F1 op televisie door jong en oud bekeken werd. Zijn werkgever was het roerig met hun anchor eens. De omroep maakte zich er daarom hard voor dat de merknaam ‘Durex’ onmiddellijk van de auto’s verdween. Gebeurde dat niet, dan weigerde de BBC de Formule 1 nog langer op televisie uit te zenden.

Surtees hield de poot stijf en de BBC stopte met de uitzendingen. Voor een groot deel van het jaar was de Formule 1 niet meer op de Engelse tv te zien. Pas nadat veel kijkers aangaven de spannende ontknoping van het seizoen te willen zien, keerde de omroep voor de Japanse Grand Prix terug.

Penthouse (Hesketh Racing)

Durex vond de BBC een probleem, sponsor Penthouse - inderdaad, het blootblad - veroorzaakte minder opwinding bij de Engelse zender. Jarenlang was een afbeelding van een wulpse dame op de voor- en zijkant van de Hesketh te vinden. In een grotendeels conservatieve maatschappij kon niet iedereen dit waarderen.

Deelnemen aan de Formule 1 was in de zeventiger jaren vrij eenvoudig. Je ontwierp op een zonnige namiddag een chassis, kocht een motor, en hoppa, de baan op. Hesketh was een team dat in de lagere raceklassen met ene James Hunt actief was geweest en op een gegeven moment besloot de sprong naar de Formule 1 te wagen. Presteren was een leuke bijkomstigheid, plezier hebben was het voornaamste. Met de ultieme playboy Hunt ook in de F1 in de cockpit, was Penthouse dus een logische geldschieter.

Begin jaren tachtig was het tijdschrift er klaar mee en verdween Penthouse uit de Formule 1.


Rich Energy (Haas F1)

Waarschijnlijk krijgt Guenther Steiner nog steeds overal jeuk als de naam William John Storey valt. De voormalig professioneel gokker en tabaksboer in Zimbabwe raakte halverwege in het vorige decennium betrokken bij het energiedrankje Rich Energy. Om meer naamsbekendheid te genereren, besloot Rich Energy in de Formule 1 te stappen. In 2018 werd bekend dat het bedrijf de naamsponsor werd van Haas, dat pas relatief net zijn entree had gemaakt in de belangrijkste autosportklasse.

De prestaties van het team waren zoals je zou verwachten: wisselend, met meer diepte- dan hoogtepunten. Voor Storey was dat niet genoeg. Hij wilde winnen, of in elk geval podiumplekken zien. Toen die uitbleven, besloot de flamboyante Brit per direct zijn sponsoring stop te zetten. Bij Haas was men - Steiner voorop - stomverbaasd. Weinig later maakte de aandeelhouders van Rich Energy bekend dat helemaal geen afscheid werd genomen van Haas. Het lees was toen al geschied: Haas maakte in het weekeinde van de Italiaanse Grand Prix in Monza zelf een einde aan de samenwerking.


Southern Organs (Surtees)

Het is in 1975 een bizar verhaal en opnieuw was het team van Surtees erbij betrokken. Voor de Britse Grand Prix meldde zich een bedrijf dat zou bemiddelen tussen geldschieters en kerken, zodat die dure orgels konden aanschaffen. En dat bedrijf, genaamd Southern Organs, wilde dus op de zijkant van een Formule 1-wagen staan.  

Achteraf bleek dat Southern Organs - je verwacht het niet, nee - een groep oplichters was: geen kerk kreeg ooit een orgel geleverd, financiers waren hun geld kwijt. De oprichters werden uiteindelijk opgepakt op Priest Island, een onbewoond eilandje voor de kust van Schotland, en voor langere tijd in de gevangenis gezet.


Uralkali (Haas F1)

Haas blijkt niet zo gelukkig in het vinden van de juiste hoofdsponsor. Na de soap met Rich Energy ging het team een jaar later in zee met het Russische Uralkali. Aan het hoofd van dit oliebedrijf stond Dmitry Mazepin, een steenrijke Rus die toevallig een zoon had die autocoureur was. Op eigen kracht zou Nikita Mazepin nooit de Formule 1 bereiken, met wat sponsorgeld - zeg maar tientallen miljoenen - lag dat anders. Haas had wel wat centjes nodig, zette Mazepin in de auto, en de naam Uralkali erop.

De kijkers van de Netflix-serie Drive to Survive kunnen het zich ongetwijfeld herinneren: teambaas Steiner bleek niet zo’n fan van de coureur Mazepin te zijn. Dat de Rus vaak de hekkensluiter op de grid was, was volgens het kamp-Mazepin te wijten aan de voorkeursbehandeling die teamgenoot Mick Schumacher kreeg. Het is een claim die door Haas tot de dag van vandaag wordt ontkend.

In elk geval leidde dit alles tot frictie tussen Haas en de familie Mazepin. Papa Dmitry overwoog serieus om zijn sponsorgeld terug te trekken. Nadat waarschijnlijk het besef kwam dat dit tevens het einde betekende van de F1-carrière van Nikita, werd de deal alsnog verlengd voor het seizoen 2022. Voordat daarin één meter was verreden, viel Rusland Oekraïne binnen. Haas haalde nam direct afscheid van Uralkali en de Mazepins.

Sindsdien is het een gedreig met rechtszaken tussen beide partijen. Allebei willen ze geld zien. Vanwege de sancties richting Rusland blijft het voorlopig bij veel geschreeuw.


T-Minus (Arrows)

Het is de omgekeerde wereld: eerst een merknaam verzinnen, je inkopen bij een Formule 1-team om met dat merk bekendheid te genereren en daarna pas bedenken wat je eigenlijk met dat merk gaat verkopen.

Klinkt onrealistisch, nietwaar? Arrows trapte er in 1999 tóch in, toen een Nigeriaan zich meldde en zei tot de koninklijke familie van zijn land te behoren. Prins Malik heette de goede man en hij liet de naam T-Minus prominent op de Arrows van Pedro de la Rosa en Toranosuke Takagi plaatsen.

Na maanden wachten maakte de prins in Monza bekend met T-Minus een energiedrankje te lanceren. Vervolgens zou er allerlei merchandise volgen, tot dure motoren aan toe. Zo ver kwam het nooit. Op het moment dat vervolgens de sponsorbetalingen aan Arrows uitbleven, trok het Engelse team de stekker uit de samenwerking.

Van prins Malik is nadien niets meer vernomen.