Fernando Alonso begrijpt de kritiek van Max Verstappen op de
nieuwe generatie Formule 1-auto’s voor 2026. “Ik begrijp Max zijn opmerkingen wel. Als coureur wil je juist in de bochten het verschil maken, vijf kilometer per uur sneller gaan dan een ander. Nu wordt dat meer bepaald door hoeveel energie je overhoudt voor het rechte stuk.”
- Fernando AlonsoVerstappen refereerde aan de nieuwe
F1-wagens als ‘Formule E op steroïden’
en maakte meer dan duidelijk dat hij het bepaald niet leuk vindt om erin te
rijden. Daarbij gaf hij aan dat energiebeheer een grotere rol speelt dan puur
racen. Alonso kan zich deels vinden in die visie.
“Ik begrijp Max zijn
opmerkingen wel”, zegt hij in gesprek met
GPblog.
“Als coureur
wil je juist in de bochten het verschil maken, vijf kilometer per uur sneller
gaan dan een ander. Nu wordt dat meer bepaald door hoeveel energie je overhoudt
voor het rechte stuk.”Alonso begrijpt kritiek Verstappen
Volgens Alonso ligt het verschil vooral in hoe er tegenwoordig
gereden wordt. Waar coureurs vroeger juist downforce afbouwden om bepaalde
bochten voluit te kunnen nemen, draait het nu vaker om sparen. “Bocht 10-12
hier in Bahrein was altijd een plek waar je de limiet opzocht. Vroeger koos je
je afstelling zodat je daar flat-out kon gaan. Nu rijden we daar zo’n vijftig
kilometer per uur langzamer, omdat je geen energie wil verspillen en alles wilt
bewaren voor het rechte stuk”, legt hij uit.
De tweevoudig wereldkampioen plaatst de veranderingen wel in
perspectief. Daarbij wijst hij erop dat er altijd verschillende tijdperken zijn
geweest in de sport. “Dit is altijd zo geweest. Nu draait het om energie,
een paar jaar geleden om downforce en toen won Max alles. Toen kon hij met zijn
auto door de bochten met 280 kilometer per uur en wij met 250, omdat we niet
dezelfde downforce hadden. Dat hoort bij de Formule 1.”
Alonso benadrukt dat het nog te vroeg is om definitieve conclusies
te trekken over hoe het racen eruit zal zien. “We moeten een paar races
afwachten om te zien hoe het echt werkt wanneer iedereen samen op de baan rijdt.
Misschien hebben we na drie of vier races een beter beeld.” Ondanks de
aanpassingen aan de rijstijl blijft de motivatie volgens hem hetzelfde: “We
sluiten het vizier en gaan racen. We houden nog steeds van deze sport en van de
competitie.”