Nigel Mansell

Nigel Mansell

Een dikke snor, nog dikker accent en een dikke berg aan verzamelde punten in de Formule 1. De Britse Nigel Mansell is om meerdere redenen een cultheld in de koningsklasse, ondanks het behalen van ‘slechts’ één titel in al zijn jaren. Aan zijn directheid zou het in ieder geval niet liggen!

Brommende Brummie bij Lotus

Zonder behoorlijke financiële steun is Mansell in de beginjaren van zijn raceloopbaan op zichzelf aangewezen. Via het karten stroomt hij, net als velen voor hem, door naar de Formule Ford om daar in 1977 kampioen te worden.

Een overstap naar de Formule 3 volgt in 1978 en niet lang daarna is ook een overstap naar de Formule 1 een feit. Weliswaar als testcoureur in eerste instantie (bij Lotus), maar de eerste voet is over de deurdrempel. In 1980 verschijnt de brommende Brummie aan de start van meerdere Grands Prix (waaronder de GP van Nederland) en pakt in België zijn eerste podium. 

Tot en met 1984 rijdt Mansell voor Lotus, maar punten pakken blijft een uitzondering. Vier keer vaker komt de man uit Birmingham op het podium kijken (alle keren een P3), alvorens in 1985 een overstap volgt naar Williams.

De overstap zit er al geruime tijd aan te komen, aangezien de situatie binnen het team van Lotus onhoudbaar wordt. Teambaas Peter Warr heeft het overduidelijk niet met Mansell en de Brit kan dan ook niet wachten om te vertrekken.

Williams, Ferrari en Williams.

Samen met Keke Rosberg (vader van Nico Rosberg) trekt Mansell in 1985 de kar van Williams naar P3 in het constructeurskampioenschap, alvorens de titel in 1986 en 1987 wordt gepakt. Bij de coureurs trekt Alain Prost aan het langste eind in ’86, met een jaar later Nelson Piquet die namens Williams kampioen wordt: Nigel Mansell moet zich verbijten op P2.

Het 1988-seizoen wordt er niet veel beter op, als ziekte en een steeds slechter wordende wagen Mansell in de steek laten. Een overstap naar Ferrari volgt vanaf 1989 waar hij met bijnaam De Leeuw komt te rijden. In de twee seizoenen die hij voor de Scuderia rijdt, staat Mansell drie keer op de hoogste podiumtrede. Een prima resultaat, maar niet waar Mansell op hoopte. De man uit Birmingham vindt het welletjes geweest en kondigt zijn vroegtijdige pensioen aan.

Uitgerekend Frank Williams steekt daar een stokje voor, een keuze die later goud waard blijkt te zijn voor Mansell. In 1991 wint hij vijf races en toont zich een ware leeuw in duel met Ayrton Senna. Voldoende om de titel te winnen is het niet: Senna trekt aan het langste eind.

Een jaar later is het dan eindelijk raak voor Mansell: Williams domineert met de FW14B en pakt overwinning na overwinning. Ja, Mansell krijgt vier keer een DNF achter zijn naam, maar negen P1’s zijn voldoende om hem de titel te bezorgen in 1992.

Pensioen, terugkeer en échte vertrek

Na het succes van 1992 en wederom interne problemen binnen het team, verlaat Mansell in 1993 wel de Formule 1. Een uitstapje wordt gemaakt naar de IndyCar waar de Brit direct weet te winnen met NewMan/Haas Racing. 

Een terugkeer naar de Formule 1-grid komt in 1994, als Williams (net als een vervangrol voor testcoureur David Coulthard in Frankrijk) in de laatste drie races plek heeft voor de Brit. Mansell wint in Australië, maar Williams kiest uiteindelijk toch voor Coulthard in ’95.

Twee races rijdt de man uit Birmingham voor McLaren in 1995, alvorens hij de rest van het seizoen niet meer ziet zitten. Een keuze waar hij jaren later op zou terugblikken als zijnde ‘misschien niet handig om te doen’, maar op het moment zelf een logische zet.

In 2005 en 2006 nam Mansell nog wel deel aan de Grand Prix Masters, waar hij in Zuid Afrika en Qatar wist te winnen. Een paar jaar later verscheen de Brit ook aan de start van de 24 uur van Le Mans met zijn beide zoons: na vier rondjes was dat avontuur ook voorbij.

Lees meer Lees minder

Het laatste Nigel Mansell nieuws

Je wordt uitgelogd en doorgestuurd naar de homepage