title.circuits

Circuit Zandvoort

Circuit Zandvoort keerde in 2021 terug op de Formule 1-kalender. De baan was en is hét middelpunt van de autosport in Nederland. Deze status bleef lang behouden door de Masters of Formula 3 en DTM-races die gereden werden op de omloop in de duinen.

Circuit Zandvoort keerde in 2021 terug op de Formule 1-kalender. De baan was en is hét middelpunt van de autosport in Nederland. Deze status bleef lang behouden door de Masters of Formula 3 en DTM-races die gereden werden op de omloop in de duinen.

In 1950 en 1951 werden er twee onofficiële Grands Prix van Nederland verreden en vanaf 1952 telde de Nederlandse race mee voor het wereldkampioenschap. Dit duurde tot en met 1985, toen de Formule 1 besloot om andere landen de voorkeur te geven, al werd Zandvoort in 1954, 1956, 1957 en 1972 ook overgeslagen. Het leek er lang op dat de Nederlandse GP nooit meer terug zou keren naar de kustplaats, tot het succes van Max Verstappen.

Kenmerken van het circuit

Zandvoort is met 4,249 kilometer de op één na kortste baan op de Formule 1-kalender: alleen Monaco is korter. Ondanks dat het circuit in het overwegend vlakke Nederland ligt, kent het veel hoogteverschillen. De baan is namelijk aangelegd in de duinen en ligt vlakbij zee. Dit maakt de race extra boeiend, want veranderende wind kan het coureurs lastig maken.

Een rondje op het in 2020 verbouwde circuit van Zandvoort begint als vanouds met de Tarzan-bocht. Via de Gerlachbocht komen de coureurs aan bij de Hugenholtzbocht. Het is de eerste nieuwe kombocht van het circuit, waarin de rijders meerdere lijnen kunnen kiezen. Daarna volgt een pijlsnel stuk door de duinen tot de coureurs aankomen bij het Scheivlak dat bijna op volle snelheid kan worden genomen. Enkele langzame bochten worden daarna afgewisseld met korte rechte stukken, tot de laatste bocht van het circuit: de Arie Luyendyk-bocht. Deze is vernoemd naar IndyCar-icoon Arie Luyendyk, geheel in stijl met een banking van maar liefst achttien graden.

Formule 1 in Zandvoort

Na de bouw van het circuit in 1948 werden vrijwel direct Formule 1-races georganiseerd. De eerste jaren telden die echter nog niet mee voor het wereldkampioenschap en dus trok het evenement nog niet veel aandacht. De lijst van namen die vanaf 1952 wonnen, mag er echter wezen. In de jaren ‘50 stonden namelijk mannen als Alberto Ascari, Juan Manuel Fangio, Stirling Moss en Jack Brabham op het hoogste podium.

Kampioenen als Jim Clark, Jackie Stewart en Niki Lauda traden vervolgens in hun voetsporen. Lauda en Stewart wonnen ieder drie Nederlandse GP’s, maar Clark is de absolute recordhouder met vier zeges. Verstappen staat inmiddels op twee overwinningen.

Max Verstappen op Zandvoort

Het eerste Nederlandse raceweekend van deze eeuw zorgde in 2021 voor een groot feest. Vanwege de coronacrisis had de organisatie niet de gelegenheid om de volledige capaciteit te gebruiken, maar dat deed weinig af aan de sfeer. Verstappen was gedurende het seizoen met Lewis Hamilton in gevecht om de wereldtitel en dat was ook in Zandvoort te zien. Verstappen reed ijzersterk, startte vanaf pole position en behield zijn eerste plek tot de finishvlag.

Het jaar erop had Verstappen minder te verliezen. In het WK vocht hij een strijd uit met Charles Leclerc, maar ditmaal had de Nederlander al een veilige voorsprong opgebouwd. Desondanks was hij erop gebrand om zichzelf in zijn thuisland positief te laten zien en de fans wat te geven. Opnieuw kwalificeerde Verstappen zich uitstekend en mocht hij vooraan beginnen aan de race, die hij knap wist te winnen.